
Kleine moeite groot plezier
Vandaag zaterag 24 oktober ‘09. ben ik aan de beurt om op zaterdag een keer in de drie weken te werken. Zoals gewoonlijk ben ik de eerste gekomen op mijn werk. Ik was bezig met de voorbereiding, toen ik een oude man voor de deur zag staan. Ik zag dat hij moeite had met staan. Hij leunde soms tegen deur en soms steunde hij aan zijn stok. Hij is een bekende klant, een van de vaste klanten die meer dan 25 jaar de bibliotheek bezocht.
Ik deed de deur open en zei tegen hem dat hij vroeg is en dat we nog niet open zijn. “ik weet het, maar ik kan niet op mijn benen staan, mag ik op een stoel zitten”, zei hij. Ik liet hem binnen en ik ging naar de toilet. In de toilet zat ik opeens niet op mijn gemak. stel je voor dat de man niet onwel wordt, zei ik tegen mezelf. Ik verlaat de toilet en haastig ik naar hem. Gelukkig zat hij rustig een blad te lezen.
Opgelucht, vroeg ik hem of hij een kopje koffie wilt. “zwart” zei hij en voegt hij aan toe zuchtend: “geweldig”. Zijn ogen maken snelle slingerende beweging heen en weer en stralen een soort blijheid van een onschuldig kindje.
Toen om 10 uur de locatie van de uitlening open ging, vertrok hij leunend aan zijn stok en vergat niet te bedanken met een zachte stem: “bedankt voor de gastvrijheid, geweldig geweldig”.
Op deze ochtend, toen deze man binnen zat, zag ik ook een andere oude man heen en weer lopen op het plein. Hij moest ook gedacht hebben dat de bibliotheek eerder open gaat dan 9 uur. Hij zag er fit oud en heb ik me daarom niet met hem mee bemoeid.
Maar om 10 uur toen ik de deur opende, was mijn eerste klant ook iemand op leeftijd: een oude dame met een rollator. Zij vroeg naar het boekenweekgeschenk. Zij begon te ratelen tegen me: “Ik lees graag, mijn dochter moet vandaag naar Utrecht en zij is ook verslaafd aan lezen…”. Een lang onsamenhangende verhaal dat als inleiding moest dienen voor het verkrijgen van 2 exemplaren van het boekenweekgeschenk: een voor haar en een voor haar dochter. Ik verwijs haar naar de andere lokatie aan de over kant waar zij de boeken kon krijgen. “Oh zei ze, ik heb dat boek vorig jaar bij u gekregen”. Nee mevrouw zei ik, u bedoelt zeker 3 jaar geleden! “zullen me ook u collega aan de andere kant een extra boek geven voor mijn dochter”. Ik liep met haar mee en gaf haar de 2 boeken.