Scholier zei tegen leraar M.: luister M. mijn Kansberekening dat
ik bij de vijf eersten zal horen is (hij noemt formule). Dat is dus IRRATIONEEL, HA HA HA HA HA (lachen)
M. is een Marokkaanse jonge man van rond de 30 jaar oud. Zeven jaar geleden viel hij op door zijn dagelijkse aanwezigheid in het kamertjes van de naslagwerken. Hij nam eigen boeken, schriften en lesmateriaal mee. Heel af en toe pakte hij een naslagwerk, maar vaak woordenboeken. Hij trok de aandacht van een collega’s doordat hij vaak vroeg naar boeken over wiskunde en Pythagoras.
M. vertoonde het gedrag van een kersverse migrant: spontaan, energiek, ambitieus en gemotiveerd. Het was eind 2001, toen hij als vaste klant begon op te vallen. In datzelfde jaar zette M. voet op Nederlandse bodem. Andere tijden, andere benaming: M. is geen gastarbeider, of zoon van een allochtone. M. valt onder de categorie “import huwelijk”: zijn vrouw is van Marokkaanse origine.
In een record tempo heeft hij de taal barrière gebroken. Binnen 18 maanden heeft hij het Nederlands voldoende beheerst en werd toegelaten tot de hogeschool. M. was pragmatisch en praktisch ingesteld. Hij heeft zich al in Marokko laten informeren over zijn kansen op de arbeidsmarkt. Hij kreeg het advies de opleiding leraren wiskunde te volgen. En dat kwam hem goed uit, want M. heeft een wiskundeknobbel.
De eerste 18 maanden waren hard besteedde hij aan het leren van de Nederlandse taal. M. sluit zich overdag op in de bibliotheek en ’s-avonds en in het weekeinde thuis. Er was nauwelijks ontspanning. Daarna werd hij toegelaten tot de opleiding leraar wiskunde op de hogeschool . M. bleek inderdaad niet alleen over een wiskundeknobbel te beschikken, maar ook over een ongelooflijk doorzettingsvermogen. Hij deed drie jaar over de opleiding i.p.v. vier.
Na het behalen van het diploma, kon hij gelijk aan de slag op een middelbare school. M. begon met veel enthousiasme en motivatie aan zijn nieuwe baan. Het doel is bereikt en de plannen die hij met zijn vrouw hebben bedacht zijn uitgekomen. Het echtpaar begon aan een nieuwe fase van hun leven zonder stres en onzekerheid. M. kwam niet meer zo vaak naar de bibliotheek om te lezen of te studeren. Heel af en toe kwam hij op zaterdag met zijn zoontjes van 4 jaar oud. Maar het verblijf was altijd van korte duur, want het jongetje verveelde zich en wilde naar buiten. Voor de zomervakantie vertelde M. over zijn plannen om met vakantie te gaan naar Turkije of Griekenland. Maar als ik hem naar de zomervakantie vroeg hoe zijn vakantie was, zei hij dat hij in Marokko was met vakantie en klaagde hij over Marokkanen en de situatie daar.
Het eerste jaar als leraar op de middelbare school was voor hem even wennen aan de praktijk van de schoolcultuur. Maar in het tweede jaar begon hij zich af te vragen of hij de juiste keuze heeft gemaakt. Het Nederlandse onderwijssysteem is te moeilijk. Mondige en ongemotiveerde kinderen die geen gezag accepteren en een bureaucratische schoolorganisatie die nauwelijks opkomt voor de leraar. Desondanks zette M. door drie jaar lang.
Maar toen hij in conflict kwam met de schoolleiding was de maat voor hem vol. M. naam eervol ontslag en gooit nu het roer om. Zijn beslissing wordt versterkt door de negatieve berichten over het onderwijs en het beroep van leraar. Hij is nu weer dagelijks in de bibliotheek te vinden op dezelfde plaats van toen. Hij heeft nu ook schriften bij zich, maar boeken neemt hij niet mee.
Hij is nu dagelijks bezig Engels te leren. Engels is een belangrijke taal, zei hij. Ik wil de tijd die ik nu tot mijn beschikking heb tot het maximum benutten, in afwachting voor een nieuwe baan. Ik heb veel sollicitaties lopen en ik denk dat ik kansen maak op een baan in de sociale sector. Buiten het onderwijs is het moeilijk een baan voor me te vinden, maar ik geef het niet op. Af en toe hoor ik hem praten en als ik naar hem kijk, zei hij: er is niemand, ik zit de uitspraak te oefenen. Het Engels is een makkelijke taal in vergelijking met het Nederlands, alleen de uitspraak is echt een probleem, vindt hij.
M. heeft gelijk. Het beroep van leraar is zwaar en sommige scholieren zijn onhandelbaar. Ik ken ook voorbeelden uit mijn werk, zoals de groep meisjes die vorige week twee dagen achter elkaar mijn arbeidsvreugde hebben verpest.
Ze liepen heen en weer, stellen één voor één dezelfde vraag, dan herhalen dezelfde vraag, ieder op zijn eigen toon en eigen wijze, en maar lachen en stampen. Toen ze eindelijk buiten waren, kwamen twee meisjes uit die groep terug en vroegen naar de fietspomp.
Ik heb toen naar de bibliotheekpas als onderpand gevraagd waarop het kleinste meisje met de hoofddoek protesteerde: dat is apart, nooit meegemaakt! Een fietspomp lenen met je bibliotheekpas! Toen kwam de rest van leden van het groepje de fietspomp eisen. Even later kwam het meisje die bij de fiets bleef staan met haar bibliotheekpas en het ventiel in de hand. Zij zei kunt u dit voor ons maken.
De volgende dag waren ze weer en ze willen weten of ik een Marokkaan ben of een Afrikaan. Ik wilde ze weg sturen maar ze weigeren om weg te kaan omdat ze samen een huiswerk moeten maken waarbij het gebruik van woordenboeken verplicht is.
Thuis vertelde ik het verhaal aan mijn dochter die ook met haar eigen verhaal kwam: twee klasgenoten gingen op de vuist in de klas en voor de ogen van de leraar. Resultaat: verloren les, bril uit het raam van de tweede verdiepen en schorsing van beide scholieren. Dit is niet het ergste verhaal dat ik van mijn dochter heb gehoord. Opvallend dat dit op een christelijke school gebeurt met witte leerlingen.