

De “paardenman is de bijnaam van een trouwe lezer die om de paar dagen de AD komt lezen in de leeszaal. Hij haalt een stapel van die krant uit de kast en begint pagina voor pagina te lezen. Hij praat met niemand en groet nooit als hij binnenkomt. Hij kijkt je ook nooit aan. Ik denk niet dat ik ooit een woord met hem heb gewisseld. Als ik soms het initiatief neem en hem gedag zeg, groet hij terug met een zachte nauwelijks te horen stem. Hij heeft me nooit een vraag gesteld of om hulp gevraagd. Vorige week kwam hij naar de balie en vroeg aan een collega: “mag ik wat vragen”. Mij collega verwachtte een belangrijke en/of moeilijke vraag. Maar het viel mee. De vraag was: “mag ik een pen van u lenen”.
Deze lezer wordt door het personeel ”de paardenman” genoemd, vanwege de paardrijlaarzen die hij altijd draagt, zelfs als het vriest of als de kwik boven de 30 graden uitkomt. Het paardrijtenue bestaat uit de laarzen, de spijkerbroek en de zwarte trui. Het enige dat wel eens verandert is de jas die hij draagt als het hard regent.
De paardenman is niet jong meer, hij begint gebukt te lopen en zijn benen zijn krommer geworden. Hij heeft sinds kort een goudkleurige ATB-fiets die hij altijd pal voor het raam stalt, precies tegenover de tafel waaraan hij zit. Het lijkt of hij zo bang is dat zijn mooie nieuwe fiets wordt gestolen.