M. is een zevenentwintig jarige Marokkaanse Gouwenaar die de leeszaal één keer per dag bezoekt om kranten te lezen. Waarom ik hem opvalt vind, vertel ik hieronder:
M. valt vooral op door de manier waarop hij de leeszaal binnenkomt en verlaat. Hij haast zich altijd zo snel naar binnen of naar buiten dat je denkt dat hij achtervolgd wordt. M. trekt de deur zo hard en is hij binnen een record tijd bij de koffieautomaat en het waterreservoir, met een stapel kranten in een hand en een bekertje in de andere hand. Als je hem niet kent, schrik je onherroepelijk bij zijn binnenkomst en bij zijn vertrek.
In tegendeel tot andere Marokkaanse jongeren, komt M. altijd alleen. Het lijkt of hij eenzame is. In het begin zegt hij weinig tegen me en tegen andere collega’s. Maar sinds enkele maanden grijpt hij elke gelegenheid aan om een grapje te maken of iets te vertellen. Hij geeft adviezen over de smaak van koffie en herhaalt hij Italiaanse en Spaanse woorden om zijn taalkennis te etaleren.
Hij is enorm veranderd sinds hij een zelfstandige woonruimte heeft gekregen. M. werkt al zes jaar bij een meubelfabriek en zegt tevreden te zijn met zijn baan. In tegendeel tot wat ik dacht, heeft M. veel respect voor zijn ouders. Hij zei dat hij goede opvoeding heeft gehad die hem heeft behoed voor het criminele gedrag van veel van zijn leeftijdsgenoten. Hij distantieert zich van criminele Marokkaanse jongeren: “zie je hoe ik ben, ik ga met ze niet om, ze pakken hun kansen niet en ze zijn verkeerd bezig”. Ik merk in het gesprek dat hij graag voert dat M. veel leest en daardoor heeft hij ook een duidelijke mening over tal van onderwerpen.
M. is het voorbeeld van een jonge allochtoon die de weg naar de bibliotheek heeft gevonden en zich heeft weten te ontwikkelen door in zijn vrije tijd te lezen en niet op straat te hangen. Laatst vroeg ik hem wat hij vond van de Telegraaf die hij aan het lezen was. “goede krant, goede journalisten”, zei hij. Verbaast vroeg ik om nader uitleg en herinnerde ik hem aan de affaire van de buschauffeurs en de wijk Osterwei.
M. zegt dat zijn mening op eigen ervaring is gebaseerd: “mijn broer was enkele jaren geleden verdacht van een ernstig misdrijf dat de landelijke kranten en televisie haalt. De AD publiceerde onze achternaam en dat deed de Telegraaf niet. Moeilijke tijden hadden we toen door de belangstelling van de media en vooral door de publicatie van onze achternaam in de AD. Deze krant heeft later naar aanleiding van een klacht excuses gemaakt. Maar de Telegraaf heeft met ons gepraat en heeft niet onze privacy geschaad. Mijn broer heeft één jaar onschuldig in de gevangenis gezeten. Gelukkig is de echte dader later gepakt en kwam mijn broer vrij met een kleine schadevergoeding.
