Il fait beau dans le metro
Vanmiddag oefent hij de uitspraak van de zin: du fond de mon coeur=uit het diepste van mijn hard. Hij herhaalt en herhaalt de zin op zangerige wijze in het Frans en in het Nederlands. Als ik naar hem kijk, zegt hij: Ik baal van mijn harde Hollandse stem en daar kan ik niets aan doen.
F. is een man van rond de 70 jaar oud die wat mank loopt vanwege een lichte handicap. Hij woont deels in Frankrijk en deels in Nederland. In de wintermaanden woont hij in Gouda en in de zomermaanden in Frankrijk.
En weet je waar hij Frans leert.? Nee niet zoals je denkt in Frankrijk maar in Nederland, in Gouda en om precies te zijn in de leeszaal van de bibliotheek . Hij is daar bijna dagelijks te vinden. Volgens me volgt hij een bepaalde schema. Meestal besteedt hij een hele middag in de bibliotheek. Hij pakt het Franse opinieblad l’express en beide delen van het woordenboek Frans-Nederlands/Nederlands-Frans en gaat alleen zitten in de kamer van de naslagwerken.
Hij bladert even het tijdschrift, kiest een artikel en gaat hij zich daarop concentreren: hij lees zin voor zin en na elke zin die hij hardop leest, stopt hij en zoekt de betekenis van de woorden in het woordenboek. Als hij niet klaar met een artikel is, dan gaat hij de volgende dag verder. Hij doet soms dagen over een artikel. Dat komt omdat de artikelen van dit kwaliteit Franse tijdschrift kort en bondig zijn en tellen maximaal twee pagina’s. De artikelen zijn niet geschreven in een gangbare Frans en volgens me niet echt geschikt om Frans te leren. Maar ik kan mijn oordeel niet aan hem opdringen.
Hij doet soms pogingen om iets over me te weten te komen, maar ik houd me op de vlakte over mijn afkomst en over mijn beheersing van de Franse taal. Ik wil niet de Franse leraar gaan spelen! Verder valt me op dat F. veel koffie drinkt. En lopend naar de koffieautomaat, praat hij ook in zichzelf en herhaalt de woorden die hij net heeft gelezen.
Vandaag toen hij rond vijf uur wilde vertrekken, keek hij naar buiten en zei hardop: il fait beau, maar niet vandaag, vandaag is het slecht weer, maar hoe zeg je dat in het Frans. Dat is moeilijk, zei ik tegen hem, het woord beau is populairder dan het woord mauvais. Oh ja zei hij, ik weet het weer: il fait mauvais. Vriendelijke man is deze hard lerende francofiel.