23 Daglaoui’s Weblog

Just another WordPress.com weblog

Ventileren 28 oktober, 2009

Ingedeeld onder: Ventileren — daglaoui @ 14:47 pm

ventilerenVentilatie is een groot probleem in het gebouw waarin ik werk. Er ontstaan zelf conflicten over wel/niet een raampje open doen. De ene vindt zijn werkplek te warm en de andere te koud met als gevolg: deur dicht, deur open, raam dicht, raam open, radiator dicht, radiator open. Iedereen bepaalt het voor zichzelf na gelang van zijn assertiviteit en gevoel van temperatuur. Het probleem is het ergst in de leeszaal   . Sommige collega’s hebben voorstellen gedaan om het stankprobleem op te lossen door geurtjes. Een optimistische collega, verwacht dat het probleem vanzelf zal verdwijnen als het bedrijf Zoet en Zalig broodjes en gebak gaat verkopen in de leeszaal. Ik citeer haar: “ik begrijp het probleem, op de studiezaal kan het ook vies ruiken, niet dat er iets mis is met het gebouw maar meer dat enkele bezoekers niet fris ruiken.ik heb ook gedacht om geurtjes te gebruiken voor een nog aangenamer verblijf. het is er niet van gekomen, wel hoop ik dat binnenkort ZoetenZalig hier zit, hebben we toch op een natuurlijke manier heerlijke geurtjes”.

Ik denk niet dat geurtjes hoe natuurlijke ook mogen zijn, een alternatief zijn voor het ventileren en het fris houden van het binnemilieu. De natuurlijke geurtjes van gebak en broodjes die zich mengen met de stank van de beroepsmilitair levert alleen maar een nog sterkere stank. Of moeten we misschien de stinkende klanten uit de leeszaal weren?! En wie gaat ze weren. Gelukkig heb ik een probleem minder door de overname van leeszaal door Z&Z: ik hoef geen zwervers of lastposten te weren.
Maar nu naar de oplossing. Het probleem is hygiënisch van aard en de oplossing is simpel: wij moeten 24 uur ventileren: heerlijke frisse lucht is gezond en stimuleert lichaam en geest. Daar wordt ook door arbo erop aangedrongen. Vergeet niet de test te doen en schrik niet van de bevindigen. Meer over ventileren  is te lezen , in het pdf bestand onder de rubriek publicatie

 

Kleine moeite groot plezier 26 oktober, 2009

Ingedeeld onder: Oude man — daglaoui @ 22:43 pm

Kleine moeite groot plezier
Vandaag zaterag 24 oktober ‘09. ben ik aan de beurt om op zaterdag een keer in de drie weken te werken. Zoals gewoonlijk ben ik de eerste gekomen op mijn werk. Ik was bezig met de voorbereiding, toen ik een oude man voor de deur zag staan. Ik zag dat hij moeite had met staan. Hij leunde soms tegen deur en soms steunde hij aan zijn stok. Hij is een bekende klant, een van de vaste klanten die meer dan 25 jaar de bibliotheek bezocht.
 
Ik deed de deur open en zei tegen hem dat hij vroeg is en dat we nog niet open zijn. “ik weet het, maar ik kan niet op mijn benen staan, mag ik op een stoel zitten”, zei hij. Ik liet hem binnen en ik ging naar de toilet. In de toilet zat ik opeens niet op mijn gemak. stel je voor dat de man niet onwel wordt, zei ik tegen mezelf. Ik verlaat de toilet en haastig ik naar hem. Gelukkig zat hij rustig een blad te lezen.
 
Opgelucht, vroeg ik hem of hij een kopje koffie wilt. “zwart” zei hij en voegt hij aan toe zuchtend: “geweldig”. Zijn ogen maken snelle slingerende beweging heen en weer en stralen een soort blijheid van een onschuldig kindje.
Toen om 10 uur de locatie van de uitlening open ging, vertrok hij leunend aan zijn stok en vergat niet te bedanken met een zachte stem: “bedankt voor de gastvrijheid, geweldig geweldig”.
 
Op deze ochtend, toen deze man binnen zat, zag ik ook een andere oude man heen en weer lopen op het plein. Hij moest ook gedacht hebben dat de bibliotheek eerder open gaat dan 9 uur. Hij zag er fit oud en heb ik me daarom niet met hem mee bemoeid.
 
Maar om 10 uur toen ik de deur opende, was mijn eerste klant ook iemand op leeftijd: een oude dame met een rollator. Zij vroeg naar het boekenweekgeschenk. Zij begon te ratelen tegen me: “Ik lees graag, mijn dochter moet vandaag naar Utrecht en zij is ook verslaafd aan lezen…”. Een lang onsamenhangende verhaal dat als inleiding moest dienen voor het verkrijgen van 2 exemplaren van het boekenweekgeschenk: een voor haar en een voor haar dochter. Ik verwijs haar naar de andere lokatie aan de over kant waar zij de boeken kon krijgen. “Oh zei ze, ik heb dat boek vorig jaar bij u gekregen”. Nee mevrouw zei ik, u bedoelt zeker 3 jaar geleden! “zullen me ook u collega aan de andere kant een extra boek geven voor mijn dochter”. Ik liep met haar mee en gaf haar de 2 boeken.
 

Klagen tegen eigen belang 30 augustus, 2009

Ingedeeld onder: Klagende klant — daglaoui @ 14:03 pm

Donderdagmiddag kwam er een gedistingeerde dame de studiezaal binnen. Achter haar liep een dochtertje van ongeveer 5 jaar oud. Zij liep wat rond en vertrok snel weg. Zij werd schijnbaar verhinderd door het onrustige dochtertje die niet stopte met vragen stellen en rumoer maken. Die dame is een van onze vaste klanten. Voordat ze vertrok stond ze voor de balie en vroeg of het waar is dat de locatie een andere bestemming krijgt: Ik hoorde dat er horecagelegenheid komt waar ook kinderpartijtjes worden georganiseerd. Zij was verontwaardigd, en maakte zich zorgen over de herrie die zal heersen, waardoor niet meer mogelijk wordt om in alle rust een krantje of een tijdschrift te kunnen lezen. Ik antwoordde dat daar rekening mee wordt gehouden en voegde ook aan toe dat de bibliotheek ook rekening wil houden met kleine kinderen die met hun vader of moeder de studiezaal zullen bezoeken. Ze zijn in de nieuwe studiezaal welkom en wie weet krijgt uw dochtertje een eigen plekje waardoor uw rustig een tijdschrift kunt lezen.

 

Opvallende klanten/de ontdekkingsreiziger 30 april, 2009

Ingedeeld onder: de ontdekkingsreiziger — daglaoui @ 22:30 pm

M. 67  jaar oud,  is een veelzijdige klant met interesses in andere landen en andere culturen. Hij bezit veel algemene en specifieke kennis over verre landen en hun bevolkingen. Alleen heeft hij het nooit gedurfd buiten Europa voet te zetten. De enorme kennis is in de bibliotheek vergaard en is niet gebaseerd op eigen ervaring.

M. koestert jaarlang de wens om een “exotisch”  land te bezoeken. Hij heeft altijd gewild naar de Marokko te reizen. Hij heeft vaker gehoord dat hij best een reis naar Marokko zelf en alleen kan ondernemen, zoals hij wilde. Niet samen met anderen in een groepsreis. Daar kan hij absoluut niet tegen. Ik wil contact leggen met de locale bevolking en mijn eigen gang gaan in mijn eigen tempo, zegt hij. Eind maart was de tijd rijp voor M. om die reis te ondernemen. Hij ging naar een bekende reisbureau op de markt en boekte hij zijn droomreis nadat hij de volle toestemming kreeg van zijn vrouw die liever naar Drenthe gaat dan naar een ver vreemd land.

M. vliegt naar Marrakech waar hij een eenvoudig hotelletje heeft gereserveerd voor een weekje.  De vlucht heeft bijna een dag in beslag genomen omdat M. in Casablanca moest overstappen in een binnenlandse vlucht naar Marrakech.  Hij heeft 4 uur in de luchthaven moeten wachten, maar dat vindt M. niet bezwaarlijk omdat hij graag contact legt met andere reizigers en luchthavenpersoneel.

Het was bijna avond toen hij in Marrakech aankwam.  Hij had het niet verwacht en was verrast dat hij toch door iemand van het hotel op de luchthaven werd ontvangen.  Het hotelletje was sober ingericht maar voldoet aan zijn verwachting en heeft een schitterend uitzicht op een beroemd en een eeuwenoud Marokkaans monument.   In zijn hotelkamer deed M. zijn paspoort, ticket en andere waardevolle eigendommen in zijn koffer, sluit die met de daarbij behorende cijferslot en wandelde naar het bekende Jama el Fana plein.

Op het dakterras waar hij een schitterend uitzicht heeft op het plein, zag hij de besneeuwde bergtoppen van het Atlasgebergte. M. besluit om de volgende dag de omgeving te gaan verkenning. Hij krijgt  van  de receptie het advies om naar het stadje Ouarzazat te reizen, dat op 200 km afstand ligt van Marrakech. De reis naar Ouarzazat voert langs de gesneeuwde bergen die M. graag van dichtbij wilde zien.

De volgende dag staat M. vroeg op en reist met een taxi naar het busstation. Daar koopt hij een ticket naar Ouarzazat. M. heeft enorm genoten van de reis en de mooie natuur in het voorjaar. Indrukwekkend grote oases spektaculaire begrkloven met duizelingwekkend hoge wanden.  M. was van plan om dezelfde dag terug te keren naar zijn hotel in Marrakech, maar hij heeft besloten om de nacht in Ouarzazat door te brengen, want er is veel te zien en te beleven in dit stadje dat regelmatig als decor fungeert voor Hollywoodfilms.

Het was laat in de middag toen M. bij de receptie van een hotel in het centrum van Ouarzazat stond om een kamer voor een nacht te reserveren.  Maar toen hem werd gevraagd om te legitimeren met zijn paspoort, realiseerde hij zich pas in wat voor moeilijkheden hij verkeerde. De receptionist was ongewoon consequente Marokkaan en wilde hem geen kamer geven zonder te legitimeren met een paspoort. M. hoorde van corruptie en omkooppraktijken in Marokko en zei tegen de receptionist dat hij meer wilde betalen voor de kamer dan de geafficheerde prijs, maar die weigerde categorisch. Hij gaf hem wel het advies om naar het politiebureau te gaan en daar toestemming te vragen. M. had geen keuze dan het avies van de receptionist te volgen: er waren geen bussen meer naar Marrakech. Bij het politiebureau werd M. naar de hoofdcommissaris verwezen die hem vroeg naar de bedoeling van zijn reis,  hoe het komt dat hij geen paspoort bij zich heeft en of ook de gewoonte is in Nederland om te reizen of in een hotel te slapen zonder zich te legitimeren. Na deze verhelderende vragen, nam de hoofdcommissaris de telefoon, belde het hotel in Marrakech en vroeg naar gegevens van de paspoort van M. Die gegevens werden op een kladpapier genoteerd, gestempeld en ondertekend door de hoofdcommissaris die aan twee politieagent opdracht geeft om M. naar het hotel te escorteren.

De volgende dag is M. verder gegaan met zijn ontdekkingsreis. In een smalle steegje kwam hij af en toe een jonge vrouw tegen die frivool aangekleed is en in decolleté. M. begreep er niets van, vooral omdat hem ook is opgevallen dat het hoofddoek het straatbeeld  overheerst. M. raakte in verwarring tot er een opheldering kwam van een dame die hem uit een raam van een verdieping hoog riep: mon amour,  montez ! Dit contrast van  een op het eerste gezicht behoudend en religieuze samenleving, schokt M. en intrigeert hem.

In een andere steegje staat op de muur van een onopvallend huisje een roestige bordje met de bijschrift: Eglise. M. viel weer in een andere verbazing toen hij door een van oorsprong Indiaanse non werd ontvangen.  Omdat hij veel vragen stelde en veel belangstelling vertoonde, werd hij voorgesteld aan de oudere non die de leiding heeft over het kerkje. Zij is een Franse die al vijftig  jaar de kerk leidt met twee andere nonnen. M. wilde weten hoe het komt dat een kerk zich middenin een Marokkaanse stadje kan handhaven. Hij vraagt naar de bron van bestaan van de kerk en hoe de nonnen kosten verdienen. De oude non zegt dat ze sober leven volgens de voorschriften van het christendom en dat ze niet veel nodig hebben. De bronnen van het inkomen van de kerk bestaat uit de giften van de zeventien westerse christenen die in de omgeving wonen en uit de verrichte werkzaamheden van de nonnen. De Indiase werkt als verpleegster bij het ziekenhuis, de andere twee ontvangen vergoedingen voor kinderopvang en bijles geven in de Franse taal aan kinderen van rijke Marokkanen die later na het behalen van hun vwo diploma naar een Franse universiteit zullen gaan studeren. Op zijn vraag of Marokkanen de kerk bezoeken, werd hem verteld dat er bijna nooit een Marokkaan een voetstap binnen de kerk heeft gezet. Een uitzondering is het verhaal van een jonge die enkele jaren geleden belangstelling voor de kerk toonde: hij liep wekelijks  langs de kerk en keek stiekem en nieuwsgierig naar binnen. Soms bleef hij voor de deur staan. De oude non heeft hem uitgenodigd om binnen te komen en kennis te maken. De jongen bleef terugkeren tot er zijn vader achterkwam. Hij maakte een hetze voor de deur van de kerk en haalde hem weg.  Wij weten niet precies wat de man zei, maar hij was duidelijk razend en hij schreeuwde naar ons. Wij hebben daarna die jongen nooit meer gezien en we hebben het vermoeden dat hij door zijn vader naar een andere Marokkaanse streek is verbannen.

In Ouarzazat val M. van de ene verbazing in de andere: contrasten in mensen en natuur. Hij heeft genoten van zijn verblijf en had geen spijt van de moeite die hij heeft gedaan om zonder legitimatie in het hotel te kunnen overnachten.

De dag erna keert M. naar Marrakech terug. Op weg naar zijn hotel werd hij aangesproken door een jonge man die hij zich voorstelde als gids. M. zei dat hij de stad goed kent en dat hij geen gids nodig heeft. Hierop antwoordde de jongen dat hij hem de verborgen kant van Marrakech wilde laten zien. M. zei dat hij daar geen behoefte aan heeft en dacht daarbij aan de prostituees van Ouarzazat. De jonge was een ervaren “toeristenvanger” en bleef het proberen: ik wil je de mooiste synagoog van Marokko laten zien. M. was nieuwsgierig en schaamde zich van zijn gedachten over de prostituees. Hij accepteerde het aanbod en ging mee naar de synagoog. Daar werd hij ontvangen door een bejaard uitziend rabbijn. Hij is twee jaar jongen dan ik zei M. Maar hij lijkt honderd jaar oud, gebukt en al… Het viel M. op dat het bezoek aan de synagoog anders verliep dan aan de kerk in Ouarzazat:  hij moet bij de ingang geld deponeren in een bus. M. sprak met de rabbijn over de joodse gemeenschap in Marakkesh dat fors is ingekrompen door de actieve werving van joden door de staat Israel. De rabbijn is waarschijnlijk niet van Marokkaanse origine, hij is blank en hij heeft blauwe ogen. Op de vraag van M. over de verhouding tussen de synagoog en de Marokkaanse moslimse gemeenschap, antwoordde de rabbijn slim en diplomatiek: kijk, het feit dat je door een Marokkaan hier naar toe bent gebracht, bewijst dat de joodse gemeenschap en de synagoog in vredige en respectvol bestaan lijden in Marokko.

 

Opvallende klanten/de eeuwige student 31 maart, 2009

Ingedeeld onder: de eeuwige student — daglaoui @ 13:51 pm

  Een aantal bezoekers van de leeszaal van de bibliotheek komt niet om kranten, tijdschriften of naslagwerken en andere informatiedragers te raadplegen. Maar ze komen voor de rust, de kalmte en de inspiratie.

 
Voor deze klanten is de leeszaal een inspirerende omgeving waarin ongestoord gestudeerd kan worden. Naast de jonge studenten die de leeszaal gebruiken om te studeren en huiswerk te maken, tel ik ongeveer zes  vaste bezoekers tussen de vijftig en tachtig jaar die regelmatig komen om te leren en te schrijven.
 
Sommigen behoren tot de categorie “eeuwige studenten”. Vooral twee onder hun vallen op. Ze volgen decennia lang verschillende studies in Gouda en in Rotterdam.
 
M. is ongeveer 55 jaar oud, ziet altijd hetzelfde uit: lang, bossig en rossig haar en baard. Hij loopt vermoeid en gebukt naar binnen onder het zware gewicht van twee tassen, een plastic tas met boodschappen en een schooltas vol schriften en boeken. Hij komt altijd in de avondopeningstijd, rond zes uur. Hij snuffelt in de naslagwerken over geschiedenis, maakt soms kopieen en vertrekt hij na ongeveer een uur. Ik denk niet dat hij belangrijke ontdekkingen in de leeszaal doet tijdens zijn kort verblijf, maar ik vermoed dat hij door nostalgische krachten wordt binnengeleid. De leeszaal ademt naar de studeersfeer.
 
S. is de tweede “eeuwige student”, hij is ongeveer 80 jaar oud en had tot zijn pensioen als ingenieur gewerkt in de olieindustrie, vaak in het buitenland. Hij komt altijd op vaste tijden naar de bibliotheek. Hij gaat eerst naar de uitleenafdeling om boeken te ruilen en komt vervolgens naar de leeszaal om tijdschriften te lezen. Om de paar jaar wisselt hij van studie. Dit jaar is hij begonnen aan een studie chemie en gaat daarnaast een keer per week naar de Erasmaus universiteit voor een serie lezingen. De donderdagmiddag, tussen 1 en 2 uur  is gereserveerd voor een bezoek aan de bibliotheek. Zeer opvallend is het enthousiasme waarmee deze oude man over zijn studies kan vertellen, en zijn nieuwsgierigheid en honger naar kennis. Opvallend ook is het gestructureerde leven dat deze man aan zichzelf oplegt in een leeftijdsfase waarin mensen gewoonlijk ontdaan willen zijn van verplichtingen.
 
Maar aan de andere kant is deze opvallende klant door deze levensfilosofie geestelijk en lichamelijk actief en energiek is gebleven. Deze constatering wordt wetenschappelijk ondersteund door het boek:  Understanding the brain: the birth of a learning science.
 

Opvallende klanten/de bijbelkrasser 25 maart, 2009

Ingedeeld onder: de bijbelkrasser — daglaoui @ 23:06 pm
tegels6bijbelkrasser14
De bijbelkrasser is  sinds vorig jaar een bezoeker van de bibliotheek . Hij valt in de eerste instantie op door zijn uiterlijk en door de glimmende goudkleurige cd’s die aan zijn nek hangen. Ik weet niet of hij een dakloze is. Hij is in ieder geval geen doorsnee zwerver die vaak veel stinkt en overlast geeft. Het staat wel vast dat hij aan een overduidelijke psychische stoornis lijdt. 
 
De favoriete afdeling van deze klant is de boekenkasten over het christelijke geloof. Daar spendeert hij de meeste tijd aan lezen of staren naar boeken. Vaak pakt hij stapeltje boeken die hij tegelijkertijd en door elkaar doorbladert.
 
Laatst waarschuwde me een lezer voor een man die in een hoekje zit en boeken krast. Toen ik ging kijken trof ik hem in een eigen boekje krassen. Hij komt niet graag naar de leeszaal waar klanten kranten en tijdschriften lezen. Ik denk dat hij liever alleen met zijn bijbeltje zit. Maar als het rustig is en weinig lezers zijn gaat hij achter in de zaal zitten, legt hij zijn boekje op de tafel en komt terug naar de balie om een pen te lenen. Nieuwsgierig vroeg ik hem, nadat ik hem een kopje koffie heb aangeboden, wat hij aan het doen was. Hij antwoordde dat hij de bijbel aan het krassen was. “Ik wis niet dat de bibliotheek zo veel mooie boeken over godsdienst heeft”, zei hij verwonderd. Ik heb hem toen met rust gelaten. Maar toen hij naar het toilet ging heb ik een foto gemaakt van zijn gekraste bijbel. Al die tijd dat hij daar heeft gezeten was hij aan een stuk door aan het krassen van de bijbel.
 
Op een dag ging hij naar het toilet en liet hij zijn gekraste bijbel en jas liggen in de afdeling godsdiensten. Omdat daar praktisch niemand komt dacht een opruimerige collega dat het om weggegooide spullen ging en zo belandden deze voor hem van onschatbare waarde eigendommen in de prullenbak. Toen hij terugkwam en hij die spullen niet vond, raakte hij in paniek. Gelukkig kon de jas en de gekraste bijbel ongeschonden uit de prullenbak gevist worden.
 
Een andere keer stond hij in de poort te staren naar de grond en zag hij een losse tegel. Hij  haalde die uit en wilde hem netjes tussen de andere tegels terug zetten, maar dat mislukte herhaaldelijk. De losse tegel paste niet meer tussen. Hij haalde toen een tweede tegel en hij probeerde het weer. Bij de derde tegel, passeerde een collega die hem het opdracht gaf om de stoppen en de tegels netjes terug te zetten. Hij was lang mee bezig, maar kon de drie tegels niet goed terugzetten waarna hij er moedeloos van werd en vertrok.
 
Volgens een klant was deze man niet lang gelden heel gewoon, hij bezat een hond die hij vaak in het park uitliet en hij kleedde zich goed. Niemand weet wat er met hem is gebeurt en hoe hij in deze gezondheidstoestand terecht is gekomen.
 
Zolang hij niemand kwaad doet wordt deze man aan zijn lot over gelaten. Maar de dag dat hij, bijvoorbeeld, vindt dat alle aanwezige bijbels en misschien ook de koran in de bibliotheek gekrast moeten worden, dan zal hij mogelijk dezelfde lot ondergaan als Bensaid . Deze man zat 15 jaar vast in een tbs inrichting omdat hij zichzelf, in tegenstelling tot de bevindingen van psychologen, een volkomen gezonde man is. 
 

Opvallende klanten/de haastige klanten 16 maart, 2009

Ingedeeld onder: de haastige klant — daglaoui @ 21:37 pm

M. is een zevenentwintig jarige Marokkaanse Gouwenaar die de leeszaal één keer per dag bezoekt om kranten te lezen. Waarom ik hem opvalt vind, vertel ik hieronder:
 
M. valt vooral op door de manier waarop hij de leeszaal binnenkomt en verlaat. Hij haast zich altijd zo snel naar binnen of naar buiten dat je denkt dat hij achtervolgd wordt. M. trekt de deur zo hard  en is hij binnen een record tijd bij de koffieautomaat en het waterreservoir, met een stapel kranten in een hand en een bekertje in de andere hand. Als je hem niet kent, schrik je onherroepelijk bij zijn binnenkomst en bij zijn vertrek.
 
In tegendeel tot andere Marokkaanse jongeren, komt M. altijd alleen. Het lijkt of hij eenzame is. In het begin zegt hij weinig tegen me en tegen andere collega’s. Maar sinds enkele maanden grijpt  hij elke gelegenheid aan om een grapje te maken of iets te vertellen. Hij geeft adviezen over de smaak van koffie en herhaalt hij Italiaanse en Spaanse woorden om zijn taalkennis te etaleren.
 
Hij is enorm veranderd sinds hij een zelfstandige woonruimte heeft gekregen. M. werkt al zes jaar bij een meubelfabriek en zegt tevreden te zijn met zijn baan. In tegendeel tot wat ik dacht, heeft M. veel respect voor zijn ouders. Hij zei dat hij goede opvoeding heeft gehad die hem heeft behoed voor het criminele gedrag van veel van zijn leeftijdsgenoten. Hij distantieert zich van criminele Marokkaanse jongeren: “zie je hoe ik ben, ik ga met ze niet om, ze pakken hun kansen niet en ze zijn verkeerd bezig”. Ik merk in het gesprek dat hij graag voert dat M. veel leest en daardoor heeft hij ook een duidelijke mening over tal van onderwerpen.
 
M. is het voorbeeld van een jonge allochtoon die de weg naar de bibliotheek heeft gevonden en zich heeft weten te ontwikkelen door in zijn vrije tijd te lezen en niet op straat te hangen. Laatst vroeg ik hem wat hij vond van de Telegraaf die hij aan het lezen was. “goede krant, goede journalisten”, zei hij. Verbaast vroeg ik om nader uitleg en herinnerde ik hem aan de affaire van de buschauffeurs en de wijk Osterwei.
 
M. zegt dat zijn mening op eigen ervaring is gebaseerd: “mijn broer was enkele jaren geleden verdacht van een ernstig misdrijf dat de landelijke kranten en televisie haalt. De AD publiceerde onze achternaam en dat deed de Telegraaf niet. Moeilijke tijden hadden we toen door de belangstelling van de media en vooral door de publicatie van onze achternaam in de AD. Deze krant heeft later naar aanleiding van een klacht excuses gemaakt. Maar de Telegraaf heeft met ons gepraat en heeft niet onze privacy geschaad. Mijn broer heeft één jaar onschuldig in de gevangenis gezeten. Gelukkig is de echte dader later gepakt en kwam mijn broer vrij met een kleine  schadevergoeding.
 

Opvallende klanten/gehandicapten 9 maart, 2009

Ingedeeld onder: gehandicapten — daglaoui @ 21:51 pm

doof11doof21doof31

 

 

 

 

 

Sam 26 jaar oud, is een jonge dame van Marokkaanse afkomstig. Zij stond dinsdag 3 maart voor de balie met twee boeken over rijexamen. Op mijn vraag of ik haar met iets kan helpen, antwoordde zij niet. Zij lachte alleen maar. Toen ik mij vraag herhaalde en zij met beide handen te gebaren begon, realiseerde ik me pas dat ik met een doofstomme klant te maken heb.

Ik probeerde eerst met gebaren achter te komen wat zij wilde met de boeken die zij bij zich heeft: terugbrengen of meenemen. Sam drukte de boeken tegen haar borst, lachte een wees naar de voorraadkast met de nieuwe en ongebruikte bibliotheekpasjes. Ik deed alle laden een voor een open, zocht op de letter s naar het pasje maar vond niets. Op een gegeven moment bedacht ik een communicatiemethode:  ouderwets chatten. Ik pakte een pen en papier en zette ik mijn vraag zwart  op wit. “hoe heet je”. Zij schreef: “Sam”. Ik zocht in het computersysteem op Sam en vond drie verschillende Sam’s. Ik schreef: “wat is je adres”. Op het adres dat zij schreef vond ik drie andere abonnees met dezelfde achternaam als zij. Ik schreef mijn volgende verduidelijkende vraag: “je voorletter“ en gaf haar de pen het papiertje waarop zij antwoordde door de letter A te schrijven. Ik keek Op het scherm waarop de drie Sam’s nog staan en zag er twee Sam’s die de letter A als voorletter hebben. Op naar de volgende vraag dus: ” waat is je geboorte datum”. Zij schreef haar geboorte datum. Weer op geboorte datum gezocht, maar niets gevonden. Ik schreef: “ waar is je pasje”, zijn wees weer naar het ladekastje. 

Intussen hebben zich drie klanten achter Sam in een rij gestaan, wachtend op hulp. Ik begon ongeduldig te worden en vroeg Sam om even te wachten tot ik er meer tijd voor haar heb. Zij knikte, lachte vriendelijk en ging opzij staan wachten.  

Toen ik assistentie kreeg van een collega, pakte ik weer pen en papier en zette ik mij chatsessie voort: “wat wil je nu”, schreef ik onaardig. Sam schreef: “ik wil deze boeken lenen maar ik heb niet pas, of lenen 1 maanden terug 3,50“.  Sam wilde dus de boeken die zij bij zich heeft niet inleveren en ook niet verlengen.  Zij heeft het pasje niet thuis vergeten, of verloren en haar pasje ligt ook niet bij ons in de la bij de gevonden pasjes. Sam wilde dus een eenmalige uitlening.

Wat me opviel, is hoe geduldig, vriendelijk, moedig en assertief is Sam. Tijdens dit halfuur durende moeizame communicatie, waar ik er zelf af en toe ongeduldig van werd, bleef Sam rustig, kalm en verloor op geen moment haar geduld en haar vriendelijke uitstraling.  Ik heb uiteindelijk veel sympathie voor Sam.

 

Opvallende klanten/De paardenman 28 februari, 2009

Ingedeeld onder: De paardenman — daglaoui @ 22:54 pm
Tags:

paardenmanpaardenman31

 De “paardenman is de bijnaam van een trouwe lezer die om de paar dagen de AD komt lezen in de leeszaal. Hij haalt een stapel van die krant uit de kast en begint pagina voor pagina te lezen. Hij praat met niemand en groet nooit als hij binnenkomt. Hij kijkt je ook nooit aan. Ik  denk niet dat ik ooit een woord met hem heb gewisseld. Als ik soms het initiatief neem en hem gedag zeg, groet hij terug met een zachte nauwelijks te horen stem. Hij heeft me nooit een vraag gesteld of om hulp gevraagd. Vorige week kwam hij naar de balie en vroeg aan een collega: “mag ik wat vragen”. Mij collega verwachtte een belangrijke en/of moeilijke vraag. Maar het viel mee. De vraag was: “mag ik een pen van u lenen”. 

Deze lezer wordt door het personeel ”de paardenman” genoemd, vanwege de paardrijlaarzen die hij altijd draagt, zelfs als het vriest of als de kwik boven de 30 graden uitkomt. Het paardrijtenue bestaat uit de laarzen, de spijkerbroek en de zwarte trui. Het enige dat wel eens verandert is de jas die hij draagt als het hard regent.

De paardenman is niet jong meer, hij begint gebukt te lopen en zijn benen zijn krommer geworden. Hij heeft sinds kort een goudkleurige ATB-fiets die hij altijd pal voor het raam stalt, precies tegenover de tafel waaraan hij zit. Het lijkt of hij zo bang is dat zijn mooie nieuwe fiets wordt gestolen.

 

Opvallende klanten/de stalinist 19 februari, 2009

Ingedeeld onder: De stalinist — daglaoui @ 23:23 pm

 
P. komt meestal twee keer per week naar de leeszaal om de Groene Amsterdammer te lezen. Dit tijdschrift wordt meestal op donderdag rond drie uur bezorgd. Dat is ook precies de tijd waarop P. de leeszaal binnenkomt, voor de balie stopt hij en vraagt: “is ‘t binnen”. Meestal is het tijdschrift ook net binnen en overhandig ik het hem, “vers van de pers”, zegt hij lachend. P pakt het tijdschrift, zoekt een rustige plaats en gaat zitten met de benen over elkaar. P. leest ongeveer een uur heel geconcentreerd. Het is mooi om te zien hoe de man verdiept zit te lezen. Het is ook mooi om hem te zien vertrekken met een voldaan gezicht. “Ik moet nog gaan eten”, het leesvoer is binnen, maar het andere voer wacht nog thuis, ik kom morgen terug”, zegt hij. 
 
Ik heb zelden een lezer zo zien genieten van het lezen van een tijdschrift als hij. P. leest regelmatig elk nieuw verschenen nummer op donderdag of vrijdag, maar nooit later. Verder raakt hij geen ander boek of tijdschrift aan. Hij leent wel boeken uit andere bibliotheken over het communisme en de geschiedenis van hoofdzakelijk de tweede wereldoorlog. De boeken van de Goudse bibliotheek over deze onderwerpen voldoen niet meer of heeft hij ze allemaal gelezen. Zij laatse belangstelling ging naar een boek van de Koninklijke Bibliotheek: ” De elementaire principes van oorlogspropaganda”
 
Soms blijft hij niet lang. Hij bladert het tijdschrift door, en vertrekt. “Ik kom terug, ik heb geen tijd, ik ga straks tennissen”, zegt hij. Ik vind het jammer dat ik die man niet goed kan verstaan. Hij articuleert niet goed en praat over moeilijke zaken die voor niet-specialisten moeilijk te begrijpen zijn. Hij bezit in ieder geval enorme kennis van de vroegere oost-west verhoudingen, het kolonialisme en de belangrijke figuren van de wereldgeschiedenis. 

 

P. heeft een gesubsidieerde baan in het speciaal onderwijs. Het verbaast me niet dat hij vroeger ontslagen werd vanwege zijn sympathieën voor het communisme. P. is verder een aardige bezoeker van de leeszaal, hij is voor iedereen toegankelijk en ook geïnteresseerd in andere bezoekers.

 
De fascinatie die P heeft voor de “Groene Amsterdammer”, maakt me zo nieuwsgierig. Via wikipedia kon ik kennis nemen van de geschiedenis van dit tijdschriftDaarna heb ik me georiënteerd via internet over de missie van de “Groene Amsterdam” die getypeerd wordt als “een weekblad voor serieuze en betrokken lezers. Wekelijks biedt dit tijdschrift een scherp geselecteerd en non-conformistisch palet aan artikelen, reportages, analyses en commentaren: over politiek in binnen- en buitenland, sociale en economische kwesties, kunst en cultuur, literatuur, filosofie en geschiedenis. De Groene Amsterdammer is onmisbaar voor iedereen die belangstelling heeft voor de omringende wereld en daarover meer wil weten dan al die andere kranten te bieden hebben”.
 
Als laatste stap heb ik nr. 5 jrg 2009 naar huis meegenomen en  naast mij bed gelegd, een plek waar ik belangrijke ontdekkingen van opvallende lektuur doe, las daaruit elke avond een artikel. Dit tijdschrift vertolkt inderdaad het linkse gedachtegoed van Nederland. De tegenhanger van Elsevier. De artikelen zijn wel goed gedocumenteerd, en gaan vaak over actuele zaken. De toon is een tikje serieus. Mijn volgende post in de rubriek opvallende lektuur gaat over dit tijdschrift. Ik hoop dat ik door het lezen van dit tijdschrift een beetje mezelf kan verplaatsen in het leef- en denkpatroon van een vaste klant die de bijnaam “stalinist” heeft gekregen, vanwege zijn harde standpunten.