23 Daglaoui’s Weblog

Just another WordPress.com weblog

Opvallende klanten/ongewone liefde 7 december, 2009

Ingedeeld onder: ongewone liefde — daglaoui @ 21:18 pm

bron: het Parool

  W e  ar      ezo          close

Deze opvallende nieuwe klant van deze eerst week van december is een oude man van 81 jaar die, zoals hij zelf zei, 10 jaar jonger uitziet. Hij had een wit gezicht en maakte een overspannen indruk. Hij was er de hele week te vinden acher de pc. Zij gsm telefoon met grote druktoetsen stond naast het toetsenbord. Hij staarde naar het witte scherm van zijn pc. Meestal stond er een regel op het scherm en vaak zijn de woorden over het hele scherm verspreid. Doordat hij per ongeluk op de enter of de spatie toest aankliktte, schoof de helft van de regel naar een andere plaats op het scherm. Soms vroeg hij me om uitleg en soms riep hij de hulp van de klant naast hem en soms bleef hij staren naar het scherm en durfde hij niets te vragen. Al drie dagen lang was hij bezig met het schrijven van een brief. Maar hij kwam niet verder dan de zin “we are zo close”. Hij werd telkens afgeleid door het leren van de trucjes om woorden bij -en achter elkaar de houden.   

Toen hij daar vanmiddag zo moe van werd, nam hij pauze en kwam naast me staan om zich voor te stellen: “Ik woonde in Frankrijk en toen ik daar ziek werd, kwam ik terug naar Nederland om aan mijn prostaat geopereerd te worden. De arts zei dat ik impotent voor de rest van mijn leven zal blijven. Ik ben daar heel depressief van geworden. Meneer je moet het realiseren hoe erg is dat voor een man, zelfs al hij 81 jaar oud is. Toen mijn vriendin die in Frankrijk bleef, hoorde van mijn ziekte, zei ze dat ik beter in Nederland kan blijven. Zij heeft me meteen voor een andere verruilt. Maar ik mis haar wel heel erg.  

Ik woon tijdelijk hier achter, vlakbij, in een benedenhuis. Beter kan ik het niet krijgen. Maar ik ga wel dood. Ik heb drie nachten niet geslapen. ik ben haar wel kwijt. Het gaat niet zo maar over. Eerst had ik het niet in de gaten dat zij niet op me verliefd is. ’s-nachts was zij goed maar niet overdag. Als ik niet zo ziek was geweest, was zij nooit weggegaan bij me. Zij is acht jaar jonger dan ik. Ik ben 81 jaar en leek 10 jaar jonger en zo voel ik me ook. Ik heb goed leven gehad. Ik heb een neeft die 64 jaar oud was toen hij vlak voor kerst. Hij was burgermeester van Barneveld. Hij kreeg iets in zijn hoofd, hoe heet ‘t ? eh… beroerte. Hij zou op 1 januari 65 jaar worden. Ik ben 16 jaar, nee, nee, eh…17 jaar ouder. Wat heb je liever ouder worden of burgermeester van Barneveld, vraag me dan af. Je hebt daar geen antwoord op? Niemand weet het. Maar hij kreeg wel een straat naar zich genoemd. Maar daar heb je niets aan als je dood bent!”  

Na voorgaande kennismaking vertrok hij rond 4 uur. Maar tegen sluitingstijd om 5 uur, verscheen hij weer met een met de hand geschreven papier die hij wilde kopieren. Ik pakte het papiertje uit zijn hand en zei ik tegen hem: dat is makkelijker dan het gedoe met het typen op de pc. Toen ik hem de kopie en het origineel teruggaf, daagde hij me uit door het origineel aan me over te handigen en zei: lees dit maar!  Toen hij merkte  dat ik geen moeite had met de Franse taal waarin die brief is geschreven, schrok hij en pakte gauw het papiertje uit mijn handen.  De brief begon zo: “Tu me manque énormement”: Ik mis je heel veel… 

Bij zijn vertrek kondigde hij aan dat hij morgen naar Tsechje zal vertrekken. De volgende dag wis ik dat ik met een geloofwaardige heer te maken had: Hij kwam niet meer en staarde hij niet zoals gewoonlijk uren lang na de ene zin: we are  zo close. Ook het verhaal van de neef die burgermeester van Barneveld was klopte helemaal. In het Biografisch Woordenboek Barneveld op de site  van de gemeente Barneveld  las ik het tragische verhaal van de neef die op 64 jarige leeftijd vlak voor de kerst is overleden. Burgemeester Aschofflaan  in Barneveld is straatnaam die naar de neef Johannes Christoffel Aschoff  is vernoemd. Het Biografisch woordenboek  bevat de volgende informatie over de burgermeester en het tragische verhaal over zijn dood:  

Johannes Christoffel Aschoff (1916-1981), burgemeester, Barneveld
 Aan het zo schijnbaar gelukkige leven van Aschoff kwam in 1973 abrupt een einde. Bij een fataal auto-ongeluk … kwamen zijn vrouw en zoon om het leven. Dit verlies heeft onze burgemeester eigenlijk nooit kunnen verwerken. Waarschijnlijk is dat ook de reden geweest waarom hij meende in Terneuzen niet langer meer goed te functioneren en hij solliciteerde dan ook naar de…opengevallen post in Barneveld. … Per 2 maart 1976 vestigde de 59-jarige nieuwe burgervader zich in de ambtswoning “De Wijde Blik” aan de Thorbeckelaan. Gedurende zijn korte ambtsperiode – bij hem openbare zich al vrij snel een ongeneeslijke ziekte – heeft hij in Barneveld toch enkele „wapenfeiten‟ op zijn naam gebracht waaronder de eerste-steenlegging en de officiële opening van het huidige gemeentehuis en de officiële ingebruikname van het gerestaureerde huis “De Schaffelaar” als „guesthouse‟ voor buitenlandse studenten en de opening van de nieuwe “Veluwehal”. …Hij overleed op 11 december 1981 in Amersfoort. Aschoff was drager van de erepenning van de gemeente Terneuzen. In mei 1980 werd hij benoemd tot Officier in de Orde van Oranje Nassau.
 

Opvallende klanten/cultuurverschil in Allochtonenland 30 november, 2009

Ingedeeld onder: allochtonenland — daglaoui @ 21:41 pm
Allochtonenland

Cultuurverschil in Allochtonenland 

Zij heeft een Indonesisch uiterlijk. Haar leeftijd is moeilijk te schatten, maar ik denk dat zij tussen de 30 en 40 jaar oud is. Het viel me op dat zij altijd wat te vragen heeft. Misschien komt het doordat zij niet lang in Nederland woont. Zij is misschien te nieuwsgierig en wilt van alles en nog weten.

Vandaag, dinsdag 24 november, rond 18:00 uur stond zij opeens voor me en zei dat zij een boek zocht over mentaliteit, maar dat zij niets heef kunnen vinden. Ik probeerde meer helderheid te krijgen over haar vraag, maar dat ging te moeizaam. Uiteindelijk heb ik haar geadviseerd om in de richting van cultuurverschillen te gaan zoeken. Nee, zei ze ik wil een boek over mentaliteit en denken. En zei ze opeens, waarom is de bibliotheek in Goverwelle gesloten op dinsdag. Ik vind het niets. Ik ga daar altijd naar toe, ik woon daar dichtbij, ik kan uit het raam de bibliotheek zien, maar als ik naar toe ga dan is die dicht. Hoe komt dat? Heb jullie weinig mensen. Ik wil graag in de bibliotheek werken als jullie weinig mensen hebben. Ik werk bij een cateringbedrijf, maar ik heb niet zoveel uren. Ik zoek werk.

Ik heb haar uitgelegd dat er mensen genoeg zijn die in de bibliotheek willen werken maar dat er weinig geld is. Zij scheen dit niet te begrijpen: in een rijk land en weinig geld voor het bibliotheekwerk. Toen zij met me uitgepraat is, zei ze, ik ga aan je andere collega vragen of zij misschien weet of er een boek is over mentaliteit. Ik heb haar afgeraden en vroeg haar of zij misschien wil ergens anders wil solliciteren.

 Tien minuten later stond ik boeken op te ruimen vlak bij de kast met de boeken over “rijexamen”. Ik werd daar aangesproken door een Soedanese meneer, een lange slanke man die vaak de bibliotheek bezocht. Hij komt soms alleen om de Arabische krant te lezen en soms begeleid hij zijn kinderen naar de jeugdafdeling. Een aardige, ontwikkelde man die graag een praatje maakt. Hij zocht een theorieboek over het rijexamen.

Er stonden ongeveer 20 boeken die volgens hem allemaal verouderd zijn en niet meer voldoen aan de nieuwe examenstijlen en verkeersregels. Ik zei tegen hem dat het best kan kloppen, omdat veel boeken zijn uitgeleend, en ik adviseerde hem om telkens als hij de bibliotheek bezoekt in de kast te kijken of er voor hem relevante boeken staan.

Hij vertelde dat hij gisteren gezakt is voor het rijexamen. Ik  stapte precies om 8 s’ochtends in de auto  en heb ongeveer 40 minuten gereden. Toen ik klaar was zei de examinator: je hebt goed gereden en zelfs heel goed, maar je hebt niet gedacht aan de verkeersveiligheid: je hebt de lichten niet aan gedaan. Hij liet het bewijs zien dat hij geslaagd is voor de theorie dat morgen 25/11 afloopt. Jammer zei hij. Ik had nu een rijbewijs kunnen hebben als ik de lichten aan heb gedaan. Eigenlijk vind ik het niets dat ik voor zo klein iets gezakt ben. De examinator had tegen me moeten zeggen: Je hebt goed gereden, je bent geslaagd maar je moet extra aandacht schenken aan de verkeersveiligheid. Voor veel allochtonen is de beslissing van het soort ja/nee moeilijk te accepteren. Ze begrijpen niet waarom alle fouten met dezelfde maat worden gewogen en dat er nooit een tussenweg is.

Ik associeer dit verhaal met het tv-programma Blik Op de Weg. Ik bewonder altijd hoe sommige verkeersovertreders reageren op soms heel ernstige strafmaatregel van de politie. Van sommige overtreders  wordt het rijbewijs ingevorderd, maar desondanks tonen ze begrip voor de beslissing van de agent, zij niet boos op hem, reageren beheerst en geven hem zelfs bij vertrek een hand.

Wanneer de overtreder een allochtoon is, ontstaat er meestal een discussie over waarom en hoe van de overtreding. De agent luistert meestal aandachtig, legt uit welke overtreding is gemaakt en schrijft uiteindelijk de bon. Ik heb zelden een allochtoon  gezien die de bekeuring accepteert als vanzelfsprekend. De allochtone overtreder realiseert meestal niet dat de beslissing van de agent vast staat, nadat hij een overtreding heeft geconstateerd. Dit zou een thema kunnen zijn voor een inburgeringcursus. 

Toevallig en niet lang na het gesprek met de Soedanees, nam ik een stapeltje boeken mee om ze in de kast terug te zetten. Daar tussen stond het boek “een dansje in de regen“. Op de rug staat een sticker met het trefwoord “Nederland; Allochtonen” en een sticker met een miniatuur kaart van Nederland om de plaatsing van het boek in de landenkast aan te geven.

Logisch, is dit helemaal niet, want het lijkt of Nederland een nieuwe regio rijker is die Allochtoon heet. Het boek staat tussen andere boeken over de Achterhoek, Ameland en Amsterdam. De logica van de plaatsaanduiding van dit soort boeken over allochtonen tussen de andere boeken over Nederland zal de klanten nog meer opvallen, wanneer de officiële naam van de allochtoon door de politiek in ‘Nieuwe Nederlanders’ wordt gewijzigd.  Deze boeken  zullen naast boeken over Nieuwegein, Nieuwerkerk… komen  te staan. Niet alleen de politiek weet geen raad met allochtonen, maar ook de bibliotheek.

 

Opvallende klanten/Onverdraagzame moeder 9 november, 2009

Ingedeeld onder: de onverdraagzame moeder — daglaoui @ 23:08 pm
jongenweblog2Zij is een jonge vrouw met een vriendelijk gezicht die op maandagmiddag een paar keer de balie passeerde. Het viel me op dat zij iedere keer mij richting op keek en lachte. Een soort uitnodigende lach tot gesprek.
 
Toen zij voor de self service balie stond om haar materialen te registreren, bewoog ik me haar richting in de hoop meer te weten te komen over haar raadselachtige lach.
 
Zij begon: “Meneer mijn kind van 5 komt soms met me mee naar de bibliotheek en omdat ik hem heb geleerd dat hij in de bibliotheek stil moet zijn, hebben jullie en het overige publiek nooit last van hem. In de bibliotheek horen kinderen en hun ouders rekening te houden met de andere bezoekers die een krantje lezen of een boek raadplegen. Ik heb dit allemaal geleerd aan mijn kind en hij begrijpt het.”
 
Ik was overvallen door de kritische houding van deze jonge vrouw. Ik heb totaal niet verwacht dat deze vrouw met zulke vriendelijke uitstraling, een buitengewoon ongenuanceerde mening heeft over hoe kleine kinderen in de bibliotheek zich moeten gedragen. Ik was zo verrast dat ik niet wist hoe ik moet reageren. Bovendien leent de situatie zich niet voor tot discussie.
 
Pas later na haar vertrek realiseerde ik dat zij zich ergerde aan de moeder die haar kind zijn eigen gang liet gaan in een voor kleine kinderen ingerichte hutje. Het kindje is naar mijn mening een ADHD-kindje die veel schreeuwde en herrie maakte in het hutje.
Aan het einde van de werkdag, ontdekte we dat het kindje een ravage heeft veroorzaakte binnen en buiten het hutje. Vooral de poppetje visjes die aan touwtjes hingen moesten het ontgelden. Dit alles gebeurde onder de toeziende ogen van de moeder.
 

Ventileren 28 oktober, 2009

Ingedeeld onder: Ventileren — daglaoui @ 14:47 pm

ventilerenVentilatie is een groot probleem in het gebouw waarin ik werk. Er ontstaan zelf conflicten over wel/niet een raampje open doen. De ene vindt zijn werkplek te warm en de andere te koud met als gevolg: deur dicht, deur open, raam dicht, raam open, radiator dicht, radiator open. Iedereen bepaalt het voor zichzelf na gelang van zijn assertiviteit en gevoel van temperatuur. Het probleem is het ergst in de leeszaal   . Sommige collega’s hebben voorstellen gedaan om het stankprobleem op te lossen door geurtjes. Een optimistische collega, verwacht dat het probleem vanzelf zal verdwijnen als het bedrijf Zoet en Zalig broodjes en gebak gaat verkopen in de leeszaal. Ik citeer haar: “ik begrijp het probleem, op de studiezaal kan het ook vies ruiken, niet dat er iets mis is met het gebouw maar meer dat enkele bezoekers niet fris ruiken.ik heb ook gedacht om geurtjes te gebruiken voor een nog aangenamer verblijf. het is er niet van gekomen, wel hoop ik dat binnenkort ZoetenZalig hier zit, hebben we toch op een natuurlijke manier heerlijke geurtjes”.

Ik denk niet dat geurtjes hoe natuurlijke ook mogen zijn, een alternatief zijn voor het ventileren en het fris houden van het binnemilieu. De natuurlijke geurtjes van gebak en broodjes die zich mengen met de stank van de beroepsmilitair levert alleen maar een nog sterkere stank. Of moeten we misschien de stinkende klanten uit de leeszaal weren?! En wie gaat ze weren. Gelukkig heb ik een probleem minder door de overname van leeszaal door Z&Z: ik hoef geen zwervers of lastposten te weren.
Maar nu naar de oplossing. Het probleem is hygiënisch van aard en de oplossing is simpel: wij moeten 24 uur ventileren: heerlijke frisse lucht is gezond en stimuleert lichaam en geest. Daar wordt ook door arbo erop aangedrongen. Vergeet niet de test te doen en schrik niet van de bevindigen. Meer over ventileren  is te lezen , in het pdf bestand onder de rubriek publicatie

 

Kleine moeite groot plezier 26 oktober, 2009

Ingedeeld onder: Oude man — daglaoui @ 22:43 pm

Kleine moeite groot plezier
Vandaag zaterag 24 oktober ‘09. ben ik aan de beurt om op zaterdag een keer in de drie weken te werken. Zoals gewoonlijk ben ik de eerste gekomen op mijn werk. Ik was bezig met de voorbereiding, toen ik een oude man voor de deur zag staan. Ik zag dat hij moeite had met staan. Hij leunde soms tegen deur en soms steunde hij aan zijn stok. Hij is een bekende klant, een van de vaste klanten die meer dan 25 jaar de bibliotheek bezocht.
 
Ik deed de deur open en zei tegen hem dat hij vroeg is en dat we nog niet open zijn. “ik weet het, maar ik kan niet op mijn benen staan, mag ik op een stoel zitten”, zei hij. Ik liet hem binnen en ik ging naar de toilet. In de toilet zat ik opeens niet op mijn gemak. stel je voor dat de man niet onwel wordt, zei ik tegen mezelf. Ik verlaat de toilet en haastig ik naar hem. Gelukkig zat hij rustig een blad te lezen.
 
Opgelucht, vroeg ik hem of hij een kopje koffie wilt. “zwart” zei hij en voegt hij aan toe zuchtend: “geweldig”. Zijn ogen maken snelle slingerende beweging heen en weer en stralen een soort blijheid van een onschuldig kindje.
Toen om 10 uur de locatie van de uitlening open ging, vertrok hij leunend aan zijn stok en vergat niet te bedanken met een zachte stem: “bedankt voor de gastvrijheid, geweldig geweldig”.
 
Op deze ochtend, toen deze man binnen zat, zag ik ook een andere oude man heen en weer lopen op het plein. Hij moest ook gedacht hebben dat de bibliotheek eerder open gaat dan 9 uur. Hij zag er fit oud en heb ik me daarom niet met hem mee bemoeid.
 
Maar om 10 uur toen ik de deur opende, was mijn eerste klant ook iemand op leeftijd: een oude dame met een rollator. Zij vroeg naar het boekenweekgeschenk. Zij begon te ratelen tegen me: “Ik lees graag, mijn dochter moet vandaag naar Utrecht en zij is ook verslaafd aan lezen…”. Een lang onsamenhangende verhaal dat als inleiding moest dienen voor het verkrijgen van 2 exemplaren van het boekenweekgeschenk: een voor haar en een voor haar dochter. Ik verwijs haar naar de andere lokatie aan de over kant waar zij de boeken kon krijgen. “Oh zei ze, ik heb dat boek vorig jaar bij u gekregen”. Nee mevrouw zei ik, u bedoelt zeker 3 jaar geleden! “zullen me ook u collega aan de andere kant een extra boek geven voor mijn dochter”. Ik liep met haar mee en gaf haar de 2 boeken.
 

Klagen tegen eigen belang 30 augustus, 2009

Ingedeeld onder: Klagende klant — daglaoui @ 14:03 pm

Donderdagmiddag kwam er een gedistingeerde dame de studiezaal binnen. Achter haar liep een dochtertje van ongeveer 5 jaar oud. Zij liep wat rond en vertrok snel weg. Zij werd schijnbaar verhinderd door het onrustige dochtertje die niet stopte met vragen stellen en rumoer maken. Die dame is een van onze vaste klanten. Voordat ze vertrok stond ze voor de balie en vroeg of het waar is dat de locatie een andere bestemming krijgt: Ik hoorde dat er horecagelegenheid komt waar ook kinderpartijtjes worden georganiseerd. Zij was verontwaardigd, en maakte zich zorgen over de herrie die zal heersen, waardoor niet meer mogelijk wordt om in alle rust een krantje of een tijdschrift te kunnen lezen. Ik antwoordde dat daar rekening mee wordt gehouden en voegde ook aan toe dat de bibliotheek ook rekening wil houden met kleine kinderen die met hun vader of moeder de studiezaal zullen bezoeken. Ze zijn in de nieuwe studiezaal welkom en wie weet krijgt uw dochtertje een eigen plekje waardoor uw rustig een tijdschrift kunt lezen.

 

Opvallende klanten/de ontdekkingsreiziger 30 april, 2009

Ingedeeld onder: de ontdekkingsreiziger — daglaoui @ 22:30 pm

M. 67  jaar oud,  is een veelzijdige klant met interesses in andere landen en andere culturen. Hij bezit veel algemene en specifieke kennis over verre landen en hun bevolkingen. Alleen heeft hij het nooit gedurfd buiten Europa voet te zetten. De enorme kennis is in de bibliotheek vergaard en is niet gebaseerd op eigen ervaring.

M. koestert jaarlang de wens om een “exotisch”  land te bezoeken. Hij heeft altijd gewild naar de Marokko te reizen. Hij heeft vaker gehoord dat hij best een reis naar Marokko zelf en alleen kan ondernemen, zoals hij wilde. Niet samen met anderen in een groepsreis. Daar kan hij absoluut niet tegen. Ik wil contact leggen met de locale bevolking en mijn eigen gang gaan in mijn eigen tempo, zegt hij. Eind maart was de tijd rijp voor M. om die reis te ondernemen. Hij ging naar een bekende reisbureau op de markt en boekte hij zijn droomreis nadat hij de volle toestemming kreeg van zijn vrouw die liever naar Drenthe gaat dan naar een ver vreemd land.

M. vliegt naar Marrakech waar hij een eenvoudig hotelletje heeft gereserveerd voor een weekje.  De vlucht heeft bijna een dag in beslag genomen omdat M. in Casablanca moest overstappen in een binnenlandse vlucht naar Marrakech.  Hij heeft 4 uur in de luchthaven moeten wachten, maar dat vindt M. niet bezwaarlijk omdat hij graag contact legt met andere reizigers en luchthavenpersoneel.

Het was bijna avond toen hij in Marrakech aankwam.  Hij had het niet verwacht en was verrast dat hij toch door iemand van het hotel op de luchthaven werd ontvangen.  Het hotelletje was sober ingericht maar voldoet aan zijn verwachting en heeft een schitterend uitzicht op een beroemd en een eeuwenoud Marokkaans monument.   In zijn hotelkamer deed M. zijn paspoort, ticket en andere waardevolle eigendommen in zijn koffer, sluit die met de daarbij behorende cijferslot en wandelde naar het bekende Jama el Fana plein.

Op het dakterras waar hij een schitterend uitzicht heeft op het plein, zag hij de besneeuwde bergtoppen van het Atlasgebergte. M. besluit om de volgende dag de omgeving te gaan verkenning. Hij krijgt  van  de receptie het advies om naar het stadje Ouarzazat te reizen, dat op 200 km afstand ligt van Marrakech. De reis naar Ouarzazat voert langs de gesneeuwde bergen die M. graag van dichtbij wilde zien.

De volgende dag staat M. vroeg op en reist met een taxi naar het busstation. Daar koopt hij een ticket naar Ouarzazat. M. heeft enorm genoten van de reis en de mooie natuur in het voorjaar. Indrukwekkend grote oases spektaculaire begrkloven met duizelingwekkend hoge wanden.  M. was van plan om dezelfde dag terug te keren naar zijn hotel in Marrakech, maar hij heeft besloten om de nacht in Ouarzazat door te brengen, want er is veel te zien en te beleven in dit stadje dat regelmatig als decor fungeert voor Hollywoodfilms.

Het was laat in de middag toen M. bij de receptie van een hotel in het centrum van Ouarzazat stond om een kamer voor een nacht te reserveren.  Maar toen hem werd gevraagd om te legitimeren met zijn paspoort, realiseerde hij zich pas in wat voor moeilijkheden hij verkeerde. De receptionist was ongewoon consequente Marokkaan en wilde hem geen kamer geven zonder te legitimeren met een paspoort. M. hoorde van corruptie en omkooppraktijken in Marokko en zei tegen de receptionist dat hij meer wilde betalen voor de kamer dan de geafficheerde prijs, maar die weigerde categorisch. Hij gaf hem wel het advies om naar het politiebureau te gaan en daar toestemming te vragen. M. had geen keuze dan het avies van de receptionist te volgen: er waren geen bussen meer naar Marrakech. Bij het politiebureau werd M. naar de hoofdcommissaris verwezen die hem vroeg naar de bedoeling van zijn reis,  hoe het komt dat hij geen paspoort bij zich heeft en of ook de gewoonte is in Nederland om te reizen of in een hotel te slapen zonder zich te legitimeren. Na deze verhelderende vragen, nam de hoofdcommissaris de telefoon, belde het hotel in Marrakech en vroeg naar gegevens van de paspoort van M. Die gegevens werden op een kladpapier genoteerd, gestempeld en ondertekend door de hoofdcommissaris die aan twee politieagent opdracht geeft om M. naar het hotel te escorteren.

De volgende dag is M. verder gegaan met zijn ontdekkingsreis. In een smalle steegje kwam hij af en toe een jonge vrouw tegen die frivool aangekleed is en in decolleté. M. begreep er niets van, vooral omdat hem ook is opgevallen dat het hoofddoek het straatbeeld  overheerst. M. raakte in verwarring tot er een opheldering kwam van een dame die hem uit een raam van een verdieping hoog riep: mon amour,  montez ! Dit contrast van  een op het eerste gezicht behoudend en religieuze samenleving, schokt M. en intrigeert hem.

In een andere steegje staat op de muur van een onopvallend huisje een roestige bordje met de bijschrift: Eglise. M. viel weer in een andere verbazing toen hij door een van oorsprong Indiaanse non werd ontvangen.  Omdat hij veel vragen stelde en veel belangstelling vertoonde, werd hij voorgesteld aan de oudere non die de leiding heeft over het kerkje. Zij is een Franse die al vijftig  jaar de kerk leidt met twee andere nonnen. M. wilde weten hoe het komt dat een kerk zich middenin een Marokkaanse stadje kan handhaven. Hij vraagt naar de bron van bestaan van de kerk en hoe de nonnen kosten verdienen. De oude non zegt dat ze sober leven volgens de voorschriften van het christendom en dat ze niet veel nodig hebben. De bronnen van het inkomen van de kerk bestaat uit de giften van de zeventien westerse christenen die in de omgeving wonen en uit de verrichte werkzaamheden van de nonnen. De Indiase werkt als verpleegster bij het ziekenhuis, de andere twee ontvangen vergoedingen voor kinderopvang en bijles geven in de Franse taal aan kinderen van rijke Marokkanen die later na het behalen van hun vwo diploma naar een Franse universiteit zullen gaan studeren. Op zijn vraag of Marokkanen de kerk bezoeken, werd hem verteld dat er bijna nooit een Marokkaan een voetstap binnen de kerk heeft gezet. Een uitzondering is het verhaal van een jonge die enkele jaren geleden belangstelling voor de kerk toonde: hij liep wekelijks  langs de kerk en keek stiekem en nieuwsgierig naar binnen. Soms bleef hij voor de deur staan. De oude non heeft hem uitgenodigd om binnen te komen en kennis te maken. De jongen bleef terugkeren tot er zijn vader achterkwam. Hij maakte een hetze voor de deur van de kerk en haalde hem weg.  Wij weten niet precies wat de man zei, maar hij was duidelijk razend en hij schreeuwde naar ons. Wij hebben daarna die jongen nooit meer gezien en we hebben het vermoeden dat hij door zijn vader naar een andere Marokkaanse streek is verbannen.

In Ouarzazat val M. van de ene verbazing in de andere: contrasten in mensen en natuur. Hij heeft genoten van zijn verblijf en had geen spijt van de moeite die hij heeft gedaan om zonder legitimatie in het hotel te kunnen overnachten.

De dag erna keert M. naar Marrakech terug. Op weg naar zijn hotel werd hij aangesproken door een jonge man die hij zich voorstelde als gids. M. zei dat hij de stad goed kent en dat hij geen gids nodig heeft. Hierop antwoordde de jongen dat hij hem de verborgen kant van Marrakech wilde laten zien. M. zei dat hij daar geen behoefte aan heeft en dacht daarbij aan de prostituees van Ouarzazat. De jonge was een ervaren “toeristenvanger” en bleef het proberen: ik wil je de mooiste synagoog van Marokko laten zien. M. was nieuwsgierig en schaamde zich van zijn gedachten over de prostituees. Hij accepteerde het aanbod en ging mee naar de synagoog. Daar werd hij ontvangen door een bejaard uitziend rabbijn. Hij is twee jaar jongen dan ik zei M. Maar hij lijkt honderd jaar oud, gebukt en al… Het viel M. op dat het bezoek aan de synagoog anders verliep dan aan de kerk in Ouarzazat:  hij moet bij de ingang geld deponeren in een bus. M. sprak met de rabbijn over de joodse gemeenschap in Marakkesh dat fors is ingekrompen door de actieve werving van joden door de staat Israel. De rabbijn is waarschijnlijk niet van Marokkaanse origine, hij is blank en hij heeft blauwe ogen. Op de vraag van M. over de verhouding tussen de synagoog en de Marokkaanse moslimse gemeenschap, antwoordde de rabbijn slim en diplomatiek: kijk, het feit dat je door een Marokkaan hier naar toe bent gebracht, bewijst dat de joodse gemeenschap en de synagoog in vredige en respectvol bestaan lijden in Marokko.

 

Opvallende klanten/de eeuwige student 31 maart, 2009

Ingedeeld onder: de eeuwige student — daglaoui @ 13:51 pm

  Een aantal bezoekers van de leeszaal van de bibliotheek komt niet om kranten, tijdschriften of naslagwerken en andere informatiedragers te raadplegen. Maar ze komen voor de rust, de kalmte en de inspiratie.

 
Voor deze klanten is de leeszaal een inspirerende omgeving waarin ongestoord gestudeerd kan worden. Naast de jonge studenten die de leeszaal gebruiken om te studeren en huiswerk te maken, tel ik ongeveer zes  vaste bezoekers tussen de vijftig en tachtig jaar die regelmatig komen om te leren en te schrijven.
 
Sommigen behoren tot de categorie “eeuwige studenten”. Vooral twee onder hun vallen op. Ze volgen decennia lang verschillende studies in Gouda en in Rotterdam.
 
M. is ongeveer 55 jaar oud, ziet altijd hetzelfde uit: lang, bossig en rossig haar en baard. Hij loopt vermoeid en gebukt naar binnen onder het zware gewicht van twee tassen, een plastic tas met boodschappen en een schooltas vol schriften en boeken. Hij komt altijd in de avondopeningstijd, rond zes uur. Hij snuffelt in de naslagwerken over geschiedenis, maakt soms kopieen en vertrekt hij na ongeveer een uur. Ik denk niet dat hij belangrijke ontdekkingen in de leeszaal doet tijdens zijn kort verblijf, maar ik vermoed dat hij door nostalgische krachten wordt binnengeleid. De leeszaal ademt naar de studeersfeer.
 
S. is de tweede “eeuwige student”, hij is ongeveer 80 jaar oud en had tot zijn pensioen als ingenieur gewerkt in de olieindustrie, vaak in het buitenland. Hij komt altijd op vaste tijden naar de bibliotheek. Hij gaat eerst naar de uitleenafdeling om boeken te ruilen en komt vervolgens naar de leeszaal om tijdschriften te lezen. Om de paar jaar wisselt hij van studie. Dit jaar is hij begonnen aan een studie chemie en gaat daarnaast een keer per week naar de Erasmaus universiteit voor een serie lezingen. De donderdagmiddag, tussen 1 en 2 uur  is gereserveerd voor een bezoek aan de bibliotheek. Zeer opvallend is het enthousiasme waarmee deze oude man over zijn studies kan vertellen, en zijn nieuwsgierigheid en honger naar kennis. Opvallend ook is het gestructureerde leven dat deze man aan zichzelf oplegt in een leeftijdsfase waarin mensen gewoonlijk ontdaan willen zijn van verplichtingen.
 
Maar aan de andere kant is deze opvallende klant door deze levensfilosofie geestelijk en lichamelijk actief en energiek is gebleven. Deze constatering wordt wetenschappelijk ondersteund door het boek:  Understanding the brain: the birth of a learning science.
 

Opvallende klanten/de bijbelkrasser 25 maart, 2009

Ingedeeld onder: de bijbelkrasser — daglaoui @ 23:06 pm
tegels6bijbelkrasser14
De bijbelkrasser is  sinds vorig jaar een bezoeker van de bibliotheek . Hij valt in de eerste instantie op door zijn uiterlijk en door de glimmende goudkleurige cd’s die aan zijn nek hangen. Ik weet niet of hij een dakloze is. Hij is in ieder geval geen doorsnee zwerver die vaak veel stinkt en overlast geeft. Het staat wel vast dat hij aan een overduidelijke psychische stoornis lijdt. 
 
De favoriete afdeling van deze klant is de boekenkasten over het christelijke geloof. Daar spendeert hij de meeste tijd aan lezen of staren naar boeken. Vaak pakt hij stapeltje boeken die hij tegelijkertijd en door elkaar doorbladert.
 
Laatst waarschuwde me een lezer voor een man die in een hoekje zit en boeken krast. Toen ik ging kijken trof ik hem in een eigen boekje krassen. Hij komt niet graag naar de leeszaal waar klanten kranten en tijdschriften lezen. Ik denk dat hij liever alleen met zijn bijbeltje zit. Maar als het rustig is en weinig lezers zijn gaat hij achter in de zaal zitten, legt hij zijn boekje op de tafel en komt terug naar de balie om een pen te lenen. Nieuwsgierig vroeg ik hem, nadat ik hem een kopje koffie heb aangeboden, wat hij aan het doen was. Hij antwoordde dat hij de bijbel aan het krassen was. “Ik wis niet dat de bibliotheek zo veel mooie boeken over godsdienst heeft”, zei hij verwonderd. Ik heb hem toen met rust gelaten. Maar toen hij naar het toilet ging heb ik een foto gemaakt van zijn gekraste bijbel. Al die tijd dat hij daar heeft gezeten was hij aan een stuk door aan het krassen van de bijbel.
 
Op een dag ging hij naar het toilet en liet hij zijn gekraste bijbel en jas liggen in de afdeling godsdiensten. Omdat daar praktisch niemand komt dacht een opruimerige collega dat het om weggegooide spullen ging en zo belandden deze voor hem van onschatbare waarde eigendommen in de prullenbak. Toen hij terugkwam en hij die spullen niet vond, raakte hij in paniek. Gelukkig kon de jas en de gekraste bijbel ongeschonden uit de prullenbak gevist worden.
 
Een andere keer stond hij in de poort te staren naar de grond en zag hij een losse tegel. Hij  haalde die uit en wilde hem netjes tussen de andere tegels terug zetten, maar dat mislukte herhaaldelijk. De losse tegel paste niet meer tussen. Hij haalde toen een tweede tegel en hij probeerde het weer. Bij de derde tegel, passeerde een collega die hem het opdracht gaf om de stoppen en de tegels netjes terug te zetten. Hij was lang mee bezig, maar kon de drie tegels niet goed terugzetten waarna hij er moedeloos van werd en vertrok.
 
Volgens een klant was deze man niet lang gelden heel gewoon, hij bezat een hond die hij vaak in het park uitliet en hij kleedde zich goed. Niemand weet wat er met hem is gebeurt en hoe hij in deze gezondheidstoestand terecht is gekomen.
 
Zolang hij niemand kwaad doet wordt deze man aan zijn lot over gelaten. Maar de dag dat hij, bijvoorbeeld, vindt dat alle aanwezige bijbels en misschien ook de koran in de bibliotheek gekrast moeten worden, dan zal hij mogelijk dezelfde lot ondergaan als Bensaid . Deze man zat 15 jaar vast in een tbs inrichting omdat hij zichzelf, in tegenstelling tot de bevindingen van psychologen, een volkomen gezonde man is. 
 

Opvallende klanten/de haastige klanten 16 maart, 2009

Ingedeeld onder: de haastige klant — daglaoui @ 21:37 pm

M. is een zevenentwintig jarige Marokkaanse Gouwenaar die de leeszaal één keer per dag bezoekt om kranten te lezen. Waarom ik hem opvalt vind, vertel ik hieronder:
 
M. valt vooral op door de manier waarop hij de leeszaal binnenkomt en verlaat. Hij haast zich altijd zo snel naar binnen of naar buiten dat je denkt dat hij achtervolgd wordt. M. trekt de deur zo hard  en is hij binnen een record tijd bij de koffieautomaat en het waterreservoir, met een stapel kranten in een hand en een bekertje in de andere hand. Als je hem niet kent, schrik je onherroepelijk bij zijn binnenkomst en bij zijn vertrek.
 
In tegendeel tot andere Marokkaanse jongeren, komt M. altijd alleen. Het lijkt of hij eenzame is. In het begin zegt hij weinig tegen me en tegen andere collega’s. Maar sinds enkele maanden grijpt  hij elke gelegenheid aan om een grapje te maken of iets te vertellen. Hij geeft adviezen over de smaak van koffie en herhaalt hij Italiaanse en Spaanse woorden om zijn taalkennis te etaleren.
 
Hij is enorm veranderd sinds hij een zelfstandige woonruimte heeft gekregen. M. werkt al zes jaar bij een meubelfabriek en zegt tevreden te zijn met zijn baan. In tegendeel tot wat ik dacht, heeft M. veel respect voor zijn ouders. Hij zei dat hij goede opvoeding heeft gehad die hem heeft behoed voor het criminele gedrag van veel van zijn leeftijdsgenoten. Hij distantieert zich van criminele Marokkaanse jongeren: “zie je hoe ik ben, ik ga met ze niet om, ze pakken hun kansen niet en ze zijn verkeerd bezig”. Ik merk in het gesprek dat hij graag voert dat M. veel leest en daardoor heeft hij ook een duidelijke mening over tal van onderwerpen.
 
M. is het voorbeeld van een jonge allochtoon die de weg naar de bibliotheek heeft gevonden en zich heeft weten te ontwikkelen door in zijn vrije tijd te lezen en niet op straat te hangen. Laatst vroeg ik hem wat hij vond van de Telegraaf die hij aan het lezen was. “goede krant, goede journalisten”, zei hij. Verbaast vroeg ik om nader uitleg en herinnerde ik hem aan de affaire van de buschauffeurs en de wijk Osterwei.
 
M. zegt dat zijn mening op eigen ervaring is gebaseerd: “mijn broer was enkele jaren geleden verdacht van een ernstig misdrijf dat de landelijke kranten en televisie haalt. De AD publiceerde onze achternaam en dat deed de Telegraaf niet. Moeilijke tijden hadden we toen door de belangstelling van de media en vooral door de publicatie van onze achternaam in de AD. Deze krant heeft later naar aanleiding van een klacht excuses gemaakt. Maar de Telegraaf heeft met ons gepraat en heeft niet onze privacy geschaad. Mijn broer heeft één jaar onschuldig in de gevangenis gezeten. Gelukkig is de echte dader later gepakt en kwam mijn broer vrij met een kleine  schadevergoeding.