De opvallende klant van deze week is een keurige, goed verzorgde man tussen de 50 en 60 jaar, of misschien nog jonger. Hij keek richting de informatiebalie, maar bleef op afstand staan en zei niets. Hij leek verdwaald te zijn in een voor hem onbekende omgeving. Ik keek naar hem en dacht dat de man geholpen wilde worden, maar dat hij daar door drukte geen kans voor heeft gehad.
Toen ik de balie verliet om een boek uit de kast te pakken, ging hij voor me staan friemelend aan zijn lidmaatschappasje. Ik nam het initiatief en vroeg hem of ik hem kan helpen. Hij bleef geconcentreerd friemelen aan het pasje en zei zachtjes zonder me aan te kijken : “mijn klein dochter”. En maakte hij die zin niet af, stopte abrupt met praten en begon hij weer met friemelen aan zijn pasje: uit het plastic hoesje halen en weer erin schuiven, ook het openingstijdenbriefje wordt uit het hoesje gehaald en weer erin geduwd.
Ik keek geduldig naar zijn handelingen en wacht rustig af. Ik dacht dat hij een briefje uit het hoesje zou halen met gegevens over het boek dat hij voor zijn klein dochter wilde lenen. Maar, nee! Hij zei: “ik weet het niet”. En hij begon weer met het friemelen aan het pasje.” Het komt wel, en bedankt voor uw hulp”, zei hij. Ik neem hem mee naar de kinderafdeling waar hij bleef staan staren naar een van de boekenkasten. Googelend naar de symptomen van spraakstoornissen weet ik nu dat deze man leidt aan een vreemde ziekte die het spraakvermogen bij hem heeft aangetast. Hierdoor valt het spreken middenin het gesprek weg.
