
- bron: telegraaf 21/10/’09
Google tracht mensen tegen zichzelf te beschermen. De te embitieuse Google slaat door . Jammer voor die energie, is deze feature echt nodig!

Google tracht mensen tegen zichzelf te beschermen. De te embitieuse Google slaat door . Jammer voor die energie, is deze feature echt nodig!

uit de AD 21/10/2009
Op vrijdagmiddag 21 oktober werd ik gebeld door een collega die om assistentie vroeg. “ik heb met een taalprobleem te maken”, zei ze door de telefoon. Toen ik bij haar kwam, trof ik haar, in gezelschap van een oud Marokkaans echtpaar. Zij zat hulpeloos achter het bureau en het echtpaar zat breeduit op de twee stoelen die bestemd zijn voor klanten met inlichtingenvragen. Hierdoor was er geen manier mogelijk om andere klanten in te schrijven of te woord te staan.
Ventilatie is een groot probleem in het gebouw waarin ik werk. Er ontstaan zelf conflicten over wel/niet een raampje open doen. De ene vindt zijn werkplek te warm en de andere te koud met als gevolg: deur dicht, deur open, raam dicht, raam open, radiator dicht, radiator open. Iedereen bepaalt het voor zichzelf na gelang van zijn assertiviteit en gevoel van temperatuur. Het probleem is het ergst in de leeszaal . Sommige collega’s hebben voorstellen gedaan om het stankprobleem op te lossen door geurtjes. Een optimistische collega, verwacht dat het probleem vanzelf zal verdwijnen als het bedrijf Zoet en Zalig broodjes en gebak gaat verkopen in de leeszaal. Ik citeer haar: “ik begrijp het probleem, op de studiezaal kan het ook vies ruiken, niet dat er iets mis is met het gebouw maar meer dat enkele bezoekers niet fris ruiken.ik heb ook gedacht om geurtjes te gebruiken voor een nog aangenamer verblijf. het is er niet van gekomen, wel hoop ik dat binnenkort ZoetenZalig hier zit, hebben we toch op een natuurlijke manier heerlijke geurtjes”.
Ik denk niet dat geurtjes hoe natuurlijke ook mogen zijn, een alternatief zijn voor het ventileren en het fris houden van het binnemilieu. De natuurlijke geurtjes van gebak en broodjes die zich mengen met de stank van de beroepsmilitair levert alleen maar een nog sterkere stank. Of moeten we misschien de stinkende klanten uit de leeszaal weren?! En wie gaat ze weren. Gelukkig heb ik een probleem minder door de overname van leeszaal door Z&Z: ik hoef geen zwervers of lastposten te weren.
Maar nu naar de oplossing. Het probleem is hygiënisch van aard en de oplossing is simpel: wij moeten 24 uur ventileren: heerlijke frisse lucht is gezond en stimuleert lichaam en geest. Daar wordt ook door arbo erop aangedrongen. Vergeet niet de test te doen en schrik niet van de bevindigen. Meer over ventileren is te lezen , in het pdf bestand onder de rubriek publicatie


soort zoekt soort
Via mijn werk ben ik bezig met een training die gebaseerd is op de griekse goden en hun onderlinge verschillen. Dit in het kader van een veranderingsproces van de organisatie. De training zou moeten leiden naar bewustwording van de verschillende karakters en het bevorderen van de samenwerking. Toen ik dit bericht uit de krant spits las maakte ik de volgende associatie: het zou misschien beter zijn als het personeelsbestand ge selekteerd wordt op zwaktes/sterktes eigenschappen en op basis daarvan te laten samenwerken.
Dit onderzoek levert ook het tegenbewijs van het darwinisme-gedoe,
en daar ben ik persoonlijk blij mee. Maar waar ik niet blij mee ben is het gesuggereerde idee van: soort zoekt soort
Donderdagmiddag kwam er een gedistingeerde dame de studiezaal binnen. Achter haar liep een dochtertje van ongeveer 5 jaar oud. Zij liep wat rond en vertrok snel weg. Zij werd schijnbaar verhinderd door het onrustige dochtertje die niet stopte met vragen stellen en rumoer maken. Die dame is een van onze vaste klanten. Voordat ze vertrok stond ze voor de balie en vroeg of het waar is dat de locatie een andere bestemming krijgt: Ik hoorde dat er horecagelegenheid komt waar ook kinderpartijtjes worden georganiseerd. Zij was verontwaardigd, en maakte zich zorgen over de herrie die zal heersen, waardoor niet meer mogelijk wordt om in alle rust een krantje of een tijdschrift te kunnen lezen. Ik antwoordde dat daar rekening mee wordt gehouden en voegde ook aan toe dat de bibliotheek ook rekening wil houden met kleine kinderen die met hun vader of moeder de studiezaal zullen bezoeken. Ze zijn in de nieuwe studiezaal welkom en wie weet krijgt uw dochtertje een eigen plekje waardoor uw rustig een tijdschrift kunt lezen.
M. 67 jaar oud, is een veelzijdige klant met interesses in andere landen en andere culturen. Hij bezit veel algemene en specifieke kennis over verre landen en hun bevolkingen. Alleen heeft hij het nooit gedurfd buiten Europa voet te zetten. De enorme kennis is in de bibliotheek vergaard en is niet gebaseerd op eigen ervaring.
M. koestert jaarlang de wens om een “exotisch” land te bezoeken. Hij heeft altijd gewild naar de Marokko te reizen. Hij heeft vaker gehoord dat hij best een reis naar Marokko zelf en alleen kan ondernemen, zoals hij wilde. Niet samen met anderen in een groepsreis. Daar kan hij absoluut niet tegen. Ik wil contact leggen met de locale bevolking en mijn eigen gang gaan in mijn eigen tempo, zegt hij. Eind maart was de tijd rijp voor M. om die reis te ondernemen. Hij ging naar een bekende reisbureau op de markt en boekte hij zijn droomreis nadat hij de volle toestemming kreeg van zijn vrouw die liever naar Drenthe gaat dan naar een ver vreemd land.
M. vliegt naar Marrakech waar hij een eenvoudig hotelletje heeft gereserveerd voor een weekje. De vlucht heeft bijna een dag in beslag genomen omdat M. in Casablanca moest overstappen in een binnenlandse vlucht naar Marrakech. Hij heeft 4 uur in de luchthaven moeten wachten, maar dat vindt M. niet bezwaarlijk omdat hij graag contact legt met andere reizigers en luchthavenpersoneel.
Het was bijna avond toen hij in Marrakech aankwam. Hij had het niet verwacht en was verrast dat hij toch door iemand van het hotel op de luchthaven werd ontvangen. Het hotelletje was sober ingericht maar voldoet aan zijn verwachting en heeft een schitterend uitzicht op een beroemd en een eeuwenoud Marokkaans monument. In zijn hotelkamer deed M. zijn paspoort, ticket en andere waardevolle eigendommen in zijn koffer, sluit die met de daarbij behorende cijferslot en wandelde naar het bekende Jama el Fana plein.
Op het dakterras waar hij een schitterend uitzicht heeft op het plein, zag hij de besneeuwde bergtoppen van het Atlasgebergte. M. besluit om de volgende dag de omgeving te gaan verkenning. Hij krijgt van de receptie het advies om naar het stadje Ouarzazat te reizen, dat op 200 km afstand ligt van Marrakech. De reis naar Ouarzazat voert langs de gesneeuwde bergen die M. graag van dichtbij wilde zien.
De volgende dag staat M. vroeg op en reist met een taxi naar het busstation. Daar koopt hij een ticket naar Ouarzazat. M. heeft enorm genoten van de reis en de mooie natuur in het voorjaar. Indrukwekkend grote oases spektaculaire begrkloven met duizelingwekkend hoge wanden. M. was van plan om dezelfde dag terug te keren naar zijn hotel in Marrakech, maar hij heeft besloten om de nacht in Ouarzazat door te brengen, want er is veel te zien en te beleven in dit stadje dat regelmatig als decor fungeert voor Hollywoodfilms.
Het was laat in de middag toen M. bij de receptie van een hotel in het centrum van Ouarzazat stond om een kamer voor een nacht te reserveren. Maar toen hem werd gevraagd om te legitimeren met zijn paspoort, realiseerde hij zich pas in wat voor moeilijkheden hij verkeerde. De receptionist was ongewoon consequente Marokkaan en wilde hem geen kamer geven zonder te legitimeren met een paspoort. M. hoorde van corruptie en omkooppraktijken in Marokko en zei tegen de receptionist dat hij meer wilde betalen voor de kamer dan de geafficheerde prijs, maar die weigerde categorisch. Hij gaf hem wel het advies om naar het politiebureau te gaan en daar toestemming te vragen. M. had geen keuze dan het avies van de receptionist te volgen: er waren geen bussen meer naar Marrakech. Bij het politiebureau werd M. naar de hoofdcommissaris verwezen die hem vroeg naar de bedoeling van zijn reis, hoe het komt dat hij geen paspoort bij zich heeft en of ook de gewoonte is in Nederland om te reizen of in een hotel te slapen zonder zich te legitimeren. Na deze verhelderende vragen, nam de hoofdcommissaris de telefoon, belde het hotel in Marrakech en vroeg naar gegevens van de paspoort van M. Die gegevens werden op een kladpapier genoteerd, gestempeld en ondertekend door de hoofdcommissaris die aan twee politieagent opdracht geeft om M. naar het hotel te escorteren.
De volgende dag is M. verder gegaan met zijn ontdekkingsreis. In een smalle steegje kwam hij af en toe een jonge vrouw tegen die frivool aangekleed is en in decolleté. M. begreep er niets van, vooral omdat hem ook is opgevallen dat het hoofddoek het straatbeeld overheerst. M. raakte in verwarring tot er een opheldering kwam van een dame die hem uit een raam van een verdieping hoog riep: mon amour, montez ! Dit contrast van een op het eerste gezicht behoudend en religieuze samenleving, schokt M. en intrigeert hem.
In een andere steegje staat op de muur van een onopvallend huisje een roestige bordje met de bijschrift: Eglise. M. viel weer in een andere verbazing toen hij door een van oorsprong Indiaanse non werd ontvangen. Omdat hij veel vragen stelde en veel belangstelling vertoonde, werd hij voorgesteld aan de oudere non die de leiding heeft over het kerkje. Zij is een Franse die al vijftig jaar de kerk leidt met twee andere nonnen. M. wilde weten hoe het komt dat een kerk zich middenin een Marokkaanse stadje kan handhaven. Hij vraagt naar de bron van bestaan van de kerk en hoe de nonnen kosten verdienen. De oude non zegt dat ze sober leven volgens de voorschriften van het christendom en dat ze niet veel nodig hebben. De bronnen van het inkomen van de kerk bestaat uit de giften van de zeventien westerse christenen die in de omgeving wonen en uit de verrichte werkzaamheden van de nonnen. De Indiase werkt als verpleegster bij het ziekenhuis, de andere twee ontvangen vergoedingen voor kinderopvang en bijles geven in de Franse taal aan kinderen van rijke Marokkanen die later na het behalen van hun vwo diploma naar een Franse universiteit zullen gaan studeren. Op zijn vraag of Marokkanen de kerk bezoeken, werd hem verteld dat er bijna nooit een Marokkaan een voetstap binnen de kerk heeft gezet. Een uitzondering is het verhaal van een jonge die enkele jaren geleden belangstelling voor de kerk toonde: hij liep wekelijks langs de kerk en keek stiekem en nieuwsgierig naar binnen. Soms bleef hij voor de deur staan. De oude non heeft hem uitgenodigd om binnen te komen en kennis te maken. De jongen bleef terugkeren tot er zijn vader achterkwam. Hij maakte een hetze voor de deur van de kerk en haalde hem weg. Wij weten niet precies wat de man zei, maar hij was duidelijk razend en hij schreeuwde naar ons. Wij hebben daarna die jongen nooit meer gezien en we hebben het vermoeden dat hij door zijn vader naar een andere Marokkaanse streek is verbannen.
In Ouarzazat val M. van de ene verbazing in de andere: contrasten in mensen en natuur. Hij heeft genoten van zijn verblijf en had geen spijt van de moeite die hij heeft gedaan om zonder legitimatie in het hotel te kunnen overnachten.
De dag erna keert M. naar Marrakech terug. Op weg naar zijn hotel werd hij aangesproken door een jonge man die hij zich voorstelde als gids. M. zei dat hij de stad goed kent en dat hij geen gids nodig heeft. Hierop antwoordde de jongen dat hij hem de verborgen kant van Marrakech wilde laten zien. M. zei dat hij daar geen behoefte aan heeft en dacht daarbij aan de prostituees van Ouarzazat. De jonge was een ervaren “toeristenvanger” en bleef het proberen: ik wil je de mooiste synagoog van Marokko laten zien. M. was nieuwsgierig en schaamde zich van zijn gedachten over de prostituees. Hij accepteerde het aanbod en ging mee naar de synagoog. Daar werd hij ontvangen door een bejaard uitziend rabbijn. Hij is twee jaar jongen dan ik zei M. Maar hij lijkt honderd jaar oud, gebukt en al… Het viel M. op dat het bezoek aan de synagoog anders verliep dan aan de kerk in Ouarzazat: hij moet bij de ingang geld deponeren in een bus. M. sprak met de rabbijn over de joodse gemeenschap in Marakkesh dat fors is ingekrompen door de actieve werving van joden door de staat Israel. De rabbijn is waarschijnlijk niet van Marokkaanse origine, hij is blank en hij heeft blauwe ogen. Op de vraag van M. over de verhouding tussen de synagoog en de Marokkaanse moslimse gemeenschap, antwoordde de rabbijn slim en diplomatiek: kijk, het feit dat je door een Marokkaan hier naar toe bent gebracht, bewijst dat de joodse gemeenschap en de synagoog in vredige en respectvol bestaan lijden in Marokko.