23 Daglaoui’s Weblog

Just another WordPress.com weblog

Opvallende lektuur/Goggles 5 november, 2009

Ingedeeld onder: Google — daglaoui @ 19:36 pm
naamloos
bron: telegraaf 21/10/’09

Google tracht mensen tegen zichzelf te beschermen. De te embitieuse Google slaat door . Jammer voor die energie, is deze feature echt nodig!

 

Opvallende klanten/Assertieve marokkaanse 3 november, 2009

Ingedeeld onder: Foto van flickr op mijn blog — daglaoui @ 14:49 pm
H.B.

uit de AD 21/10/2009

Op vrijdagmiddag 21 oktober werd ik gebeld door een collega die om assistentie vroeg. “ik heb met een taalprobleem te maken”, zei ze door de telefoon. Toen ik bij haar kwam, trof ik haar, in gezelschap van een oud Marokkaans echtpaar. Zij zat hulpeloos achter het bureau en het echtpaar zat breeduit op de twee stoelen die bestemd zijn voor klanten met inlichtingenvragen. Hierdoor was er geen manier mogelijk om andere klanten in te schrijven of te woord te staan. 

 
Het echtpaar kwam protesteren over de rekening die ze hebben gekregen naar aanleiding van geleende maar niet teruggebrachte materialen. De man overhandigde mijn collega een brief van met een betalingsachterstand van enkele honderden euro’s. Toen bleek dat het om een brief van school ging, haalde hij een blauwe envelop van de belastingdienst uit zijn zak. Het echtpaar heeft heel veel meer problemen op te lossen. De man is een beroemdheid onder de Marokkaanse gemeenschap. Ik ken hem ook vanwege eerdere soortgelijke problemen. Begin jaren tachtig heb ik met hem in dezelfde straat gewoond. Het was een probleemgezin in een “prachtwijk”. Altijd problemen met kinderen, politie voor de deur…
 
Volgens mij behoort de man en misschien ook de vrouw en sommige van hun kinderen niet tot de categorie asociaal. Maar door het grote aantal kinderen, het lage opleidingsniveau van de ouders en hun opvoedkundige kwaliteiten, is de situatie zo geëscaleerd. De ruzie tussen de kinderen onderling en tussen de ouder en de kinderen hebben het gezin ontwricht. Het gezin draait misschien nu al dertig jaar in een onderbroken cirkel. Vervelende kleine kinderen, krassen auto’s van de buren, spijbelen of gaan te laat naar school, verliezen boeken van de bibliotheek… Die kleintjes van toen zijn nu volwassenen, en de door hen veroorzaakte problemen ernstige vormen aan.
 
Terug naar de oorspronkelijke scène: het echtpaar zat breeduit en trekt zich nergens wat van. Ze gaven de schuld aan een van hun kinderen (H.). Volgens de moeder is H. geestelijk ziek en hoeft zij daarom niet op te draaien voor de vergoeding van materialen die hij onrechtmatig geleend heeft op het pasje van zijn broertje. De vrouw is een sterke persoonlijkheid die de leiding over het gezin heeft, zij beheert de financiën en begeleidt de man overal naartoe om moeilijkheden op te lossen. Dat ze geen Nederlands en alleen berber spreekt is voor haar geen belemmering om op de voorgrond te treden. Haar gezichtsuitdrukkingen maken goed duidelijk hoe boos oneens zij is met de aanmaning. De man interrumpeerde haar niet, maar liet haar eigen gang, ondanks dat hij wist dat ik geen berber spreek en dat haar betoog zinloos is. Voor me is het niet duidelijk of deze man de zwakke vader figuur speelt of dat hij echt zo is. Want, ik weet dat sommige Marokkaanse mannen de oplossing van ernstige problemen aan hun vrouwen overlaten. Ze beweren dat ambtenaren meer bereid naar vrouwen te luisteren dan naar mannen. Vrouwen krijgen veel meer voor elkaar dan mannen, zeggen ze
 
Ik en mijn collega hebben een bevredigende regeling getroffen voor het echtpaar. Later op de middag verscheen de man alleen om het met hem afgesproken bedrag te betalen.
 
De zoon (H.) is een lastige klant die meerdere keren per dag de bibliotheek bezoekt. Hij verdwijnt tussen de kasten of in de toiletten om zijn haar nat te maken en te kammen. Medewerkers vermoeden dat hij cd’s steelt. Maar omdat er geen bewijzen zijn, kan hij nog zijn eigen gang gaan. H. valt ook op door zijn lang, glad gekamde zwart haar met daarin veel gel. H. is zeker geen normale jongen die een dagbezigheid heeft. Hij is vaak in het park te vinden of aan  voetballen in zijn eentje op het schoolplein van de basisschool. Er straalt geen bedreiging van hem uit en hij zag er niet verwaarloosd uit. Maar H. was degelijk een gestoorde jongen waarmee rekening moet worden gehouden, getuige het krantenartikel dat in de AD van 21/10/’09 stond. Zijn moeder had niet gelogen toen ze zei dat hij gek is en dat hij bij de rechter moest voorkomen.
 

Opvallende lektuur/ 1 november, 2009

Ingedeeld onder: Vrouwen ontbloot — daglaoui @ 21:50 pm

 naamloosBron: Metro, woensdag 28/10/2009/p.03

 

Ventileren 28 oktober, 2009

Ingedeeld onder: Ventileren — daglaoui @ 14:47 pm

ventilerenVentilatie is een groot probleem in het gebouw waarin ik werk. Er ontstaan zelf conflicten over wel/niet een raampje open doen. De ene vindt zijn werkplek te warm en de andere te koud met als gevolg: deur dicht, deur open, raam dicht, raam open, radiator dicht, radiator open. Iedereen bepaalt het voor zichzelf na gelang van zijn assertiviteit en gevoel van temperatuur. Het probleem is het ergst in de leeszaal   . Sommige collega’s hebben voorstellen gedaan om het stankprobleem op te lossen door geurtjes. Een optimistische collega, verwacht dat het probleem vanzelf zal verdwijnen als het bedrijf Zoet en Zalig broodjes en gebak gaat verkopen in de leeszaal. Ik citeer haar: “ik begrijp het probleem, op de studiezaal kan het ook vies ruiken, niet dat er iets mis is met het gebouw maar meer dat enkele bezoekers niet fris ruiken.ik heb ook gedacht om geurtjes te gebruiken voor een nog aangenamer verblijf. het is er niet van gekomen, wel hoop ik dat binnenkort ZoetenZalig hier zit, hebben we toch op een natuurlijke manier heerlijke geurtjes”.

Ik denk niet dat geurtjes hoe natuurlijke ook mogen zijn, een alternatief zijn voor het ventileren en het fris houden van het binnemilieu. De natuurlijke geurtjes van gebak en broodjes die zich mengen met de stank van de beroepsmilitair levert alleen maar een nog sterkere stank. Of moeten we misschien de stinkende klanten uit de leeszaal weren?! En wie gaat ze weren. Gelukkig heb ik een probleem minder door de overname van leeszaal door Z&Z: ik hoef geen zwervers of lastposten te weren.
Maar nu naar de oplossing. Het probleem is hygiënisch van aard en de oplossing is simpel: wij moeten 24 uur ventileren: heerlijke frisse lucht is gezond en stimuleert lichaam en geest. Daar wordt ook door arbo erop aangedrongen. Vergeet niet de test te doen en schrik niet van de bevindigen. Meer over ventileren  is te lezen , in het pdf bestand onder de rubriek publicatie

 

Kleine moeite groot plezier 26 oktober, 2009

Ingedeeld onder: Oude man — daglaoui @ 22:43 pm

Kleine moeite groot plezier
Vandaag zaterag 24 oktober ‘09. ben ik aan de beurt om op zaterdag een keer in de drie weken te werken. Zoals gewoonlijk ben ik de eerste gekomen op mijn werk. Ik was bezig met de voorbereiding, toen ik een oude man voor de deur zag staan. Ik zag dat hij moeite had met staan. Hij leunde soms tegen deur en soms steunde hij aan zijn stok. Hij is een bekende klant, een van de vaste klanten die meer dan 25 jaar de bibliotheek bezocht.
 
Ik deed de deur open en zei tegen hem dat hij vroeg is en dat we nog niet open zijn. “ik weet het, maar ik kan niet op mijn benen staan, mag ik op een stoel zitten”, zei hij. Ik liet hem binnen en ik ging naar de toilet. In de toilet zat ik opeens niet op mijn gemak. stel je voor dat de man niet onwel wordt, zei ik tegen mezelf. Ik verlaat de toilet en haastig ik naar hem. Gelukkig zat hij rustig een blad te lezen.
 
Opgelucht, vroeg ik hem of hij een kopje koffie wilt. “zwart” zei hij en voegt hij aan toe zuchtend: “geweldig”. Zijn ogen maken snelle slingerende beweging heen en weer en stralen een soort blijheid van een onschuldig kindje.
Toen om 10 uur de locatie van de uitlening open ging, vertrok hij leunend aan zijn stok en vergat niet te bedanken met een zachte stem: “bedankt voor de gastvrijheid, geweldig geweldig”.
 
Op deze ochtend, toen deze man binnen zat, zag ik ook een andere oude man heen en weer lopen op het plein. Hij moest ook gedacht hebben dat de bibliotheek eerder open gaat dan 9 uur. Hij zag er fit oud en heb ik me daarom niet met hem mee bemoeid.
 
Maar om 10 uur toen ik de deur opende, was mijn eerste klant ook iemand op leeftijd: een oude dame met een rollator. Zij vroeg naar het boekenweekgeschenk. Zij begon te ratelen tegen me: “Ik lees graag, mijn dochter moet vandaag naar Utrecht en zij is ook verslaafd aan lezen…”. Een lang onsamenhangende verhaal dat als inleiding moest dienen voor het verkrijgen van 2 exemplaren van het boekenweekgeschenk: een voor haar en een voor haar dochter. Ik verwijs haar naar de andere lokatie aan de over kant waar zij de boeken kon krijgen. “Oh zei ze, ik heb dat boek vorig jaar bij u gekregen”. Nee mevrouw zei ik, u bedoelt zeker 3 jaar geleden! “zullen me ook u collega aan de andere kant een extra boek geven voor mijn dochter”. Ik liep met haar mee en gaf haar de 2 boeken.
 

16 oktober, 2009

Ingedeeld onder: Verloren jas — daglaoui @ 19:21 pm

Sinds enkele maanden werk ik op maandag middag in een filiaal. Anders dan op mijn vaste werkplek op de hoofdvestiging waarin ik mijn jas in een gesloten kastje opberg, hang ik in het filiaal mijn jas met mijn portemonnee en al op de kapstok in een voor het publiek afgesloten ruimte die alleen voor het personeel toegankelijk is.
 
Op maandag 5 oktober pakte ik na sluitingstijd om vijf uur de enige zwarte jas die aan de kapstonk hing en vertrok zoals gewoonlijk met de drie collega’s van de vaste ploeg op de maandag middag.
 
Toen ik thuis kwam en wilde ik mijn jas uitdoen, ontdekte ik dat de jas niet de mijne was. Er zat niets in, geen andere sporen van de eigenaar dan 30 eurocent en en een AH bon van 4 april 2009. Mijn vrouw lachte me uit, maar werd opeen boos toen ik haar vertelde dat mijn portemonnee in de jas zat.
 
Ik pakte de fiets en ging terug naar het filiaal. Maar daar wachtte er niemand op me om de jas terug te geven, zoals ik gehopt heb. Mijn jas hing ook niet op de kapstok. Ik hing de jas op de kapstok samen met een briefje met mijn telefoonnummer, zodat de collega die mijn jas nam mij kon bellen.
 
De volgende dag ging ik niet naar mijn vaste werkadres maar ging naar het filiaal en hield me daar de hele ochtend bezig met de opsporing van mijn verdwenen jas. Er waren maar twee collega’s aanwezig die de vorige dag vrije dag hadden. De collega’s met wie  ik de vorige dag heb gewerkt hadden allemaal vrije ochtend en kon ik ze alleen telefonisch bereiken.
 
Ik begon eerst met het bellen van de drie collega’s met wie ik tot sluitingstijd gewerkt heb, omdat ik dacht dat één van hen zich heeft vergist en mijn jas heeft gedragen i.p.v. zijn jas. Ik heb twee van ze gebeld en die gaven me een duidelijke antwoord: nee. Collega C. verzekerde me dat ik J., de derde collega, mijn jas niet heeft gedragen omdat zij een rode aan had en geen zwarte. Ik hoef haar dus niet te bellen.
 
Verder heeft op deze maandagmiddag scholier M. geholpen met het opruimen van de boeken. Maar ja! hoe bereik ik haar? Ik zocht haar telefoonnummer op de telefoonlijst, maar tekens als ik belde kreeg ik geen gehoor. Later realiseerde ik dat het nummer niet klopte: het telefoonnummer telde geen 6 maar 5 cijfers. Via  detelefoongids.nl  zocht op haar achternaam de jong. Toen ik van de hoeveelheid schermen met de naam de jong schrok, riep een oplettende collega: nee geen jong maar jonge. Hoopvol en met de veronderstelling dat de weergegeven lijst korter zou zijn, zocht ik op jonge. Maar helaas maakte de site geen onderscheid tussen jong en jonge. De weergave was net zo omvangrijk als voorheen toen ik op jong gezocht heb.
 
Maar waarom zocht ik niet eerst in onze ledenadministratie, bedacht ik me later ? Die is de laatste jaren vollediger. Er worden mail adressen en vaste en mobiele telefoonnummers genoteerd. Ik zocht op jonge, maar ik vond geen lid die correspondeert met de voorletter en het adres van de gezochte scholier. Tweede alternatief is het zoeken op adres. Op het scherm verscheen een andere achternaam dan jonge. Ik ging er vanuit dat onze administratie klopt en dat de scholier op het adres woont, maar wel op een andere achternaam staat geregistreerd. Ik belde en kreeg de moeder aan de telefoon die me verzekerde dat haar dochter, die op school zat, geen zwarte jas heeft.
 
Van de collega’s die ik eerst belde kreeg ik de tip om A., een medewerkster van een instelling die ook op het filiaal is gevestigd te bellen. Hoe ik aan haar telefoonnummer ben gekomen wis ik niet omdat ik in een soort paniek raakte nadat ik bijna iedereen tevergeefs heb gebeld.  Mijn laatste hoop dat A. mijn jas heeft is ook snel verdwijnen. A. wist van niets.
 
Nadat Ik iedereen heb gebeld die op deze maandagmiddag van 5 oktober op het filiaal heeft  gewerkt, ging ik naar huis om mijn vrouw gerust te stellen. Zij heeft me zo vaak gebeld met de mededeling dat ik snel een aangifte moet doen en mijn bankpas moet laten blokkeren. Zij was furieus: ik wis het, de jas is gestolen, door wie dan ook, zei ze. Ik ben goed gelovig volgens haar. Een vrouw die de jas van een man aan doet, komt daar snel achter dat die jas van haar niet is. Vrouwen zijn anders dan mannen, hun reukzin is sterker ontwikkeld dan die van mannen.
 
Toen de commentaren van mijn vrouw niet meer kon verdragen, vertrok ik weer op mijn fiets naar het filiaal. Daar aangekomen, wis ik niet meer waarom ik daar ben teruggegaan. Ik vertrok daarom zo snel naar mijn werk in het centrum van de stad. Op de fiets bedacht ik een stappenplan: 1. bankpas blokkeren 2. naar het werk gaan 3. wachten met aangifte doen tot morgen omdat ik het nog niet wilde geloven dat de jas zo maar verdwenen is en omdat er een soortgelijke jas is achtergelaten. Maar ik vroeg me tegelijkertijd af waar blijft mijn jas dan. De collega die mijn jas heeft, moet toch na het verstreken van de ochtend wel achterkomen dat zij de jas van een ander draagt.
 
Ik begon serieus te denken aan diefstal, een geraffineerde manier van stelen zoals ik er eerder mee gemaakt heb. Maar welk slim trucje heeft de dief deze keer toegepast?, vroeg ik me af.
  
Ik was nog op de fiets onderweg naar mijn werk en naar de bank toen ik besloot om toch nog de derde collega met de rode jas te bellen. Al zei iedereen dat zij die dag een rode jas had en geen zwarte en dat ik haar niet hoef te bellen. Fietsend pakte ik mijn gsm en belde haar. De hoop is snel verdwijnen toen ze nee zei, maar ze gaf snel de hoop terug toen ze een collega noemde die op die middag heel kort volgens haar op het filiaal was.
 
Aangekomen bij de bank besloot ik om te informeren of ik mijn bankpas kan blokkeren en wat daar de gevolgen van zijn. De bankmedewerker zei dat deze bank heel eenvoudig een vermiste pas blokkeert en deblokkeert door middel van een druk op de knop en daar zijn ook geen kosten aan verbonden. Deze klantvriendelijke bank is: De Bank. Ik liet mijn pas voor de zekerheid blokkeren omdat ik niet zoveel meer hoop heb dat de ene collega die ik nog niet gebeld heb mijn jas heeft.
 
Half uur later arriveerde ik op mijn werk en ging ik richting de kapstok in de hoop dat mijn collega T. mijn jas heeft voor de tweede dag gedragen en nog niet wist dat de jas van mij is. Of dat ze wel die ontdekt heeft maar het niet nodig vond om me daarover te bellen.
Toen ik de jas niet vond, pakte ik de telefoon en belde collega T. Ik vertelde haar over mijn jas. Zij luisterde aandachtig en zei dat zij gisteren een blauwe jas aan had die in een andere lokaal op de kapstok heeft gehangen. Maar T. was niet categorisch in haar ontkenning. Ik bespeur twijfel en vroeg haar of ze toch nog thuis wilde kijken. Toen ik haar vertelde dat mijn portemonnee in de jas zit, realiseerde ze de ernst van de zaak en ging ze naar huis. T. woont in de directe omgeving van het centrum, niet ver van mijn werk. Ongeveer half uur later verscheen ze met mijn jas in de hand. Zij had de jas keurig in de kast opgeborgen en de volgende dag een andere jas gedragen.
 

Opvallende lektuur/humor op hoog niveau 10 oktober, 2009

Ingedeeld onder: Humor op niveau — daglaoui @ 17:39 pm

Italiaanse humor op hoog niveau

 

Opvallende lektuur/tegenbewijs van de evolutie 10 oktober, 2009

Ingedeeld onder: Evolutie — daglaoui @ 16:31 pm
soort zoekt soort

soort zoekt soort

 evolutie                                                                                                                                                                           Via mijn werk ben ik bezig met een training die gebaseerd is op de griekse goden en hun onderlinge verschillen. Dit in het kader van een veranderingsproces van de organisatie. De training zou moeten leiden naar bewustwording van de verschillende karakters en het bevorderen van de samenwerking. Toen ik dit bericht uit de krant spits las maakte ik de volgende associatie:  het zou misschien beter zijn als het personeelsbestand ge selekteerd wordt  op zwaktes/sterktes eigenschappen en op basis daarvan te laten samenwerken.

Dit onderzoek levert ook  het tegenbewijs van het darwinisme-gedoe,

 en daar ben ik persoonlijk blij mee. Maar waar ik niet blij mee ben is het gesuggereerde idee van: soort zoekt soort

 

Klagen tegen eigen belang 30 augustus, 2009

Ingedeeld onder: Klagende klant — daglaoui @ 14:03 pm

Donderdagmiddag kwam er een gedistingeerde dame de studiezaal binnen. Achter haar liep een dochtertje van ongeveer 5 jaar oud. Zij liep wat rond en vertrok snel weg. Zij werd schijnbaar verhinderd door het onrustige dochtertje die niet stopte met vragen stellen en rumoer maken. Die dame is een van onze vaste klanten. Voordat ze vertrok stond ze voor de balie en vroeg of het waar is dat de locatie een andere bestemming krijgt: Ik hoorde dat er horecagelegenheid komt waar ook kinderpartijtjes worden georganiseerd. Zij was verontwaardigd, en maakte zich zorgen over de herrie die zal heersen, waardoor niet meer mogelijk wordt om in alle rust een krantje of een tijdschrift te kunnen lezen. Ik antwoordde dat daar rekening mee wordt gehouden en voegde ook aan toe dat de bibliotheek ook rekening wil houden met kleine kinderen die met hun vader of moeder de studiezaal zullen bezoeken. Ze zijn in de nieuwe studiezaal welkom en wie weet krijgt uw dochtertje een eigen plekje waardoor uw rustig een tijdschrift kunt lezen.

 

Opvallende klanten/de ontdekkingsreiziger 30 april, 2009

Ingedeeld onder: de ontdekkingsreiziger — daglaoui @ 22:30 pm

M. 67  jaar oud,  is een veelzijdige klant met interesses in andere landen en andere culturen. Hij bezit veel algemene en specifieke kennis over verre landen en hun bevolkingen. Alleen heeft hij het nooit gedurfd buiten Europa voet te zetten. De enorme kennis is in de bibliotheek vergaard en is niet gebaseerd op eigen ervaring.

M. koestert jaarlang de wens om een “exotisch”  land te bezoeken. Hij heeft altijd gewild naar de Marokko te reizen. Hij heeft vaker gehoord dat hij best een reis naar Marokko zelf en alleen kan ondernemen, zoals hij wilde. Niet samen met anderen in een groepsreis. Daar kan hij absoluut niet tegen. Ik wil contact leggen met de locale bevolking en mijn eigen gang gaan in mijn eigen tempo, zegt hij. Eind maart was de tijd rijp voor M. om die reis te ondernemen. Hij ging naar een bekende reisbureau op de markt en boekte hij zijn droomreis nadat hij de volle toestemming kreeg van zijn vrouw die liever naar Drenthe gaat dan naar een ver vreemd land.

M. vliegt naar Marrakech waar hij een eenvoudig hotelletje heeft gereserveerd voor een weekje.  De vlucht heeft bijna een dag in beslag genomen omdat M. in Casablanca moest overstappen in een binnenlandse vlucht naar Marrakech.  Hij heeft 4 uur in de luchthaven moeten wachten, maar dat vindt M. niet bezwaarlijk omdat hij graag contact legt met andere reizigers en luchthavenpersoneel.

Het was bijna avond toen hij in Marrakech aankwam.  Hij had het niet verwacht en was verrast dat hij toch door iemand van het hotel op de luchthaven werd ontvangen.  Het hotelletje was sober ingericht maar voldoet aan zijn verwachting en heeft een schitterend uitzicht op een beroemd en een eeuwenoud Marokkaans monument.   In zijn hotelkamer deed M. zijn paspoort, ticket en andere waardevolle eigendommen in zijn koffer, sluit die met de daarbij behorende cijferslot en wandelde naar het bekende Jama el Fana plein.

Op het dakterras waar hij een schitterend uitzicht heeft op het plein, zag hij de besneeuwde bergtoppen van het Atlasgebergte. M. besluit om de volgende dag de omgeving te gaan verkenning. Hij krijgt  van  de receptie het advies om naar het stadje Ouarzazat te reizen, dat op 200 km afstand ligt van Marrakech. De reis naar Ouarzazat voert langs de gesneeuwde bergen die M. graag van dichtbij wilde zien.

De volgende dag staat M. vroeg op en reist met een taxi naar het busstation. Daar koopt hij een ticket naar Ouarzazat. M. heeft enorm genoten van de reis en de mooie natuur in het voorjaar. Indrukwekkend grote oases spektaculaire begrkloven met duizelingwekkend hoge wanden.  M. was van plan om dezelfde dag terug te keren naar zijn hotel in Marrakech, maar hij heeft besloten om de nacht in Ouarzazat door te brengen, want er is veel te zien en te beleven in dit stadje dat regelmatig als decor fungeert voor Hollywoodfilms.

Het was laat in de middag toen M. bij de receptie van een hotel in het centrum van Ouarzazat stond om een kamer voor een nacht te reserveren.  Maar toen hem werd gevraagd om te legitimeren met zijn paspoort, realiseerde hij zich pas in wat voor moeilijkheden hij verkeerde. De receptionist was ongewoon consequente Marokkaan en wilde hem geen kamer geven zonder te legitimeren met een paspoort. M. hoorde van corruptie en omkooppraktijken in Marokko en zei tegen de receptionist dat hij meer wilde betalen voor de kamer dan de geafficheerde prijs, maar die weigerde categorisch. Hij gaf hem wel het advies om naar het politiebureau te gaan en daar toestemming te vragen. M. had geen keuze dan het avies van de receptionist te volgen: er waren geen bussen meer naar Marrakech. Bij het politiebureau werd M. naar de hoofdcommissaris verwezen die hem vroeg naar de bedoeling van zijn reis,  hoe het komt dat hij geen paspoort bij zich heeft en of ook de gewoonte is in Nederland om te reizen of in een hotel te slapen zonder zich te legitimeren. Na deze verhelderende vragen, nam de hoofdcommissaris de telefoon, belde het hotel in Marrakech en vroeg naar gegevens van de paspoort van M. Die gegevens werden op een kladpapier genoteerd, gestempeld en ondertekend door de hoofdcommissaris die aan twee politieagent opdracht geeft om M. naar het hotel te escorteren.

De volgende dag is M. verder gegaan met zijn ontdekkingsreis. In een smalle steegje kwam hij af en toe een jonge vrouw tegen die frivool aangekleed is en in decolleté. M. begreep er niets van, vooral omdat hem ook is opgevallen dat het hoofddoek het straatbeeld  overheerst. M. raakte in verwarring tot er een opheldering kwam van een dame die hem uit een raam van een verdieping hoog riep: mon amour,  montez ! Dit contrast van  een op het eerste gezicht behoudend en religieuze samenleving, schokt M. en intrigeert hem.

In een andere steegje staat op de muur van een onopvallend huisje een roestige bordje met de bijschrift: Eglise. M. viel weer in een andere verbazing toen hij door een van oorsprong Indiaanse non werd ontvangen.  Omdat hij veel vragen stelde en veel belangstelling vertoonde, werd hij voorgesteld aan de oudere non die de leiding heeft over het kerkje. Zij is een Franse die al vijftig  jaar de kerk leidt met twee andere nonnen. M. wilde weten hoe het komt dat een kerk zich middenin een Marokkaanse stadje kan handhaven. Hij vraagt naar de bron van bestaan van de kerk en hoe de nonnen kosten verdienen. De oude non zegt dat ze sober leven volgens de voorschriften van het christendom en dat ze niet veel nodig hebben. De bronnen van het inkomen van de kerk bestaat uit de giften van de zeventien westerse christenen die in de omgeving wonen en uit de verrichte werkzaamheden van de nonnen. De Indiase werkt als verpleegster bij het ziekenhuis, de andere twee ontvangen vergoedingen voor kinderopvang en bijles geven in de Franse taal aan kinderen van rijke Marokkanen die later na het behalen van hun vwo diploma naar een Franse universiteit zullen gaan studeren. Op zijn vraag of Marokkanen de kerk bezoeken, werd hem verteld dat er bijna nooit een Marokkaan een voetstap binnen de kerk heeft gezet. Een uitzondering is het verhaal van een jonge die enkele jaren geleden belangstelling voor de kerk toonde: hij liep wekelijks  langs de kerk en keek stiekem en nieuwsgierig naar binnen. Soms bleef hij voor de deur staan. De oude non heeft hem uitgenodigd om binnen te komen en kennis te maken. De jongen bleef terugkeren tot er zijn vader achterkwam. Hij maakte een hetze voor de deur van de kerk en haalde hem weg.  Wij weten niet precies wat de man zei, maar hij was duidelijk razend en hij schreeuwde naar ons. Wij hebben daarna die jongen nooit meer gezien en we hebben het vermoeden dat hij door zijn vader naar een andere Marokkaanse streek is verbannen.

In Ouarzazat val M. van de ene verbazing in de andere: contrasten in mensen en natuur. Hij heeft genoten van zijn verblijf en had geen spijt van de moeite die hij heeft gedaan om zonder legitimatie in het hotel te kunnen overnachten.

De dag erna keert M. naar Marrakech terug. Op weg naar zijn hotel werd hij aangesproken door een jonge man die hij zich voorstelde als gids. M. zei dat hij de stad goed kent en dat hij geen gids nodig heeft. Hierop antwoordde de jongen dat hij hem de verborgen kant van Marrakech wilde laten zien. M. zei dat hij daar geen behoefte aan heeft en dacht daarbij aan de prostituees van Ouarzazat. De jonge was een ervaren “toeristenvanger” en bleef het proberen: ik wil je de mooiste synagoog van Marokko laten zien. M. was nieuwsgierig en schaamde zich van zijn gedachten over de prostituees. Hij accepteerde het aanbod en ging mee naar de synagoog. Daar werd hij ontvangen door een bejaard uitziend rabbijn. Hij is twee jaar jongen dan ik zei M. Maar hij lijkt honderd jaar oud, gebukt en al… Het viel M. op dat het bezoek aan de synagoog anders verliep dan aan de kerk in Ouarzazat:  hij moet bij de ingang geld deponeren in een bus. M. sprak met de rabbijn over de joodse gemeenschap in Marakkesh dat fors is ingekrompen door de actieve werving van joden door de staat Israel. De rabbijn is waarschijnlijk niet van Marokkaanse origine, hij is blank en hij heeft blauwe ogen. Op de vraag van M. over de verhouding tussen de synagoog en de Marokkaanse moslimse gemeenschap, antwoordde de rabbijn slim en diplomatiek: kijk, het feit dat je door een Marokkaan hier naar toe bent gebracht, bewijst dat de joodse gemeenschap en de synagoog in vredige en respectvol bestaan lijden in Marokko.